Heemkronijk jaar:1974, jaargang:12, nummer:4, blz.52 -54

STORM OVER BRABANT 

door: A.F.N.van Asten

 

Nota, ventum vaIidum Anno 1557 (= 1558 n.st.)

Den elfsten dach der maendt januarii anno duysent viifhondert seven en vijftich nae stile van scriven des hoofs van Brabant, soe is opgeresen naeder middernacht een sware vreeslicke wint, de weIcke van wijle tot wijle stercker geworden is, alzoe dat ontrent acht uren voor middach omme gewayt is de wintmoelen van Zoemeren; den standaert te midden inden haIs van een, den nedersten steen van een, de rutseI spiIIe van een, de moelen asse van een ende de eene roy ende tsurplus tot allen stucken, grote mennichte van huysen ende scueren omme gewayt, behalven andere scaide van daick ende wenden niet te estimeren ofte te weerderen alleen tot Zoemeren ende in anderen dorpen steden ende Ianden niet min. Tot 's-Hartogenbosch sin vijf moeIens omme gewait, twe mollenaers doot bleven, tot Scindel de moelen ende de moelen opte Dungen, item de moeIen tot Heze altesamen omme gewayt; de cappe vander minrebroeder kercke tot 's-Hartogenbosch afgewayt, den thoeren tot Oorscot is omme gewayt ende gevaIIen opter kercken ende heeft de kercke ingevallen ende sin veele Iuyden inder kercken doot bleven (ut fama est). Item opten derden dach daer nae den XIII en januarii, soe eyst geweest gelicke storme van winde - ab hora secunda post medium noctem usque ad horam quartam post meridiem - maer en heeft aIzoe grote scaide niet gedaen want de timmerragie wederstaende den iersten storm, heeft den anderen oock wederstaen; anders than daeck tot vele plaetsen, is te beduchtene dat opter zee et in Iocis maritinis noch veel meerder scaide gesciet is, alsmen ter avontueren noch weI vernemen saI, God wiI versetten aIIen bescadichden Christenen hen scaide ende bedructe herten vertroosten.

De moeIen tot Os is ommegewayt, de moIIer doot; de moelen tot Heeswijck; tot Gendt wel vijfthien moelens; den thoeren tot Tylburch; den halven thoren tot Baerle; den thoren tot Wijck heeft metten vaI de kercke veeI meer verdorven than den thoren tot Oorscot. 

RA Someren R66; foI. 75 verso.

Over het voorgaande stukje proza willen we een korte verduidelijking geven.

Die storm stak elf januari 1557 op. Vóór 1575 begon men in het hertogdom van Brabant met als hoofdstad Brussel en waarvan de Meierij van Den Bosch een deel was, volgens de stijl van het hof van Brabant, steeds het nieuwe jaar op de Eerste Paasdag.  

Het jaar eindig de dan met Paaszaterdag als de laatste dag. Deze wijze waarop men het jaar op Paaszondag liet aanvangen noemde men de paas- of brabantse stijl. Omgezet in de huidige nieuwjaarsstijl had die storm dus plaats op de elfde dag van januari in het jaar 1558 (n.st.). Dit is nieuwe stijl in tegenstelling tot de oude of brabantse stijl. 

De nota of aantekening over deze "Ventum validum" of sterke wind, schreef de sekretaris van Someren zomaar tussen de normale akten van de Somerense schepenprotokollen die nog in het rijksarchief te Den Bosch bewaard worden. (RA Someren R66; folio 75 verso).

Volgens die aantekening hadden het op die dag heel wat molen moeten ontgelden, hierbij waren de molens van Someren en van Heeze die tegen de grond vielen. Bij die van Someren, staande op het Slieven, viel zelfs de standaard middendoor en een der molenroeden met het verder surplus (wat er bijbehoorde) stortte helemaal in stukken neer. Zelfs de onderste maalsteen viel vaneen. De onderste steen kwam boven!

Ook van veel huizen en schuren waren vooral de daken en ook de wenden (of wanden die niet van steen waren) zo getroffen, dat de schade eraan haast niet te schatten (te estimeren) viel. Behalve in Someren was er op vele plaatsen grote schade, zoals in Den Bosch aan het dak van de Minderbroederskerk, in Schijndel en vooral in Oirschot, waar zoals verhaald wordt (ut fama est), zelfs veel mensen gedood waren doordat de toren op de kerk gestort was.

Een paar dagen later op 13 januari kwam er weer een storm; vanaf twee uur 's nachts tot 's namiddags vier uur durende (ab hora secunda post mediam noctem usque ad horam quartam post meridiem). Dit keer bleek het niet zo ernstig te zijn en zou de schade erg meevallen. "De timmerragie" die de vorige storm had weerstaan, bleef ook nu over het algemeen overeind, alleen "sneuvelden" er hier en daar weer wat molens en bleef alles beperkt tot wat afgewaaide daken.

Op de zee en in plaatsen aan de kust (et in locus maritinis) was echter grotere schade zoals men "ter avontueren" nog wel vernemen zal. Bedoelde de sekretaris hiermee soms in de avonduren? Men zou als de storm weer was gaan liggen er in de avonduren nog wel weer over horen. Je kunt dat woord echter beter verstaan als "avontueren" en er dan "bijgelegenheid" mee bedoelen. Het nieuws immers verspreidde zich toen, vergeleken met onze huidige tijd, nog maar uiterst langzaam. Dat er in die late middeleeuwen ook nog een groot Godsvertrouwen bestond, blijkt ook uit de volgende tekst.

Immers God zou het verder allemaal weer in orde brengen met "die bescadichden Christenen“!! Ze zouden hun schaden weer te boven komen (versetten) en bovendien zou God ook hun bedroefde of bedrukte harten weer troosten.

Waar echter Gendt met 15 molen gelegen heeft, is ons onduidelijk. Er zal wel Gent in Vlaanderen en haar omgeving mee bedoeld zijn geweest. Tot slot zou het ook nog interessant zijn om over al die genoemde plaatsen eens in de archieven te gaan speuren om te zien of er met die storm van 1558 ook zo'n schade is geweest en of al die plaatsen ook getroffen waren, of het dus klopt met de mededelingen van onze Somerense sekretaris.

 

Nota:

In "Inventaris van het archief der gemeente Someren" door J. Cunen in 1940 uitgegeven, is op blz. 14 eveneens dit stuk te vinden. Er staan echter te veel fouten en onnauwkeurigheden in. We hebben nu onze letterlijke tekst geplaatst, alleen terwille van de leesbaarheid hebben we er de interpunctie in gewijzigd.