Heemkronijk jaar:1974, jaargang:13, nummer:1+2, blz.2 -16

HET GESLACHT BULL

(een deel later Bul(l) alias Pompe en een deel Pompe(n) 1560 tot heden

door: A.F.N. van Asten

De oudste gegevens over deze genealogie BULL ook wel Bul geschreven, zijn afkomstig uit Hamont in België; daar in Hamont woonde rond 1580 Goort Jan Bul, de man die we de stamvader van deze tot op de huidige dag bestaande familie Bul kunnen noemen.

Dat de bronnen over deze stamboom Bul(l) in Grevenbroek waren te vinden, komt doordat Hamont geen eigen gerecht had en daardoor onder Grevenbroek in Belgisch Limburg hoorde. Al de schepenprotokollen uit de periode 1554-1637 van dit Grevenbroek zijn op het archief in Hasselt grondig onderzocht door de heer H.L. Kruimel, oud-conservator van het genealogisch bureau te Den Haag. De resultaten van zijn onderzoek hebben wij tot onze beschikking gekregen dankzij de medewerking van de in 1967 te vroeg overleden heer P.H.Pompe uit Abcoude met wie we in het begin samenwerkten om gezamenlijk deze stamboom "Bull-Pompe" te kunnen uitgeven. We danken de heer Kruimel zeer hartelijk voor deze Hamontse gegevens en de weduwe van de heer Petrus H. Pompe voor het overdragen van de aantekeningen, indertijd zo enthousiast verzameld door haar man.

In deze Familie Bul heeft zich door het ouderpaar Willem Bul die rond 1630 gehuwd was met Elisabeth Pompen, de naam Bul alias Pompe en omgekeerd Pompe alias Bul ontwikkelt.

Door het vrij spoedig overlijden van Willem Bul bleef Elisabeth al gauw met een drietal jonge kinderen achter waardoor men in Leende de kinderen maar naar hun moeder "Pompe(n)" ging noemen. In de eerste generaties na 165O ging dat nog als Bul alias Pompe en omgekeerd, maar na 1700 verdween bij de nakomelingen van Willem en Elisabeth geleidelijk aan de naam Bul om plaats te maken voor de naam Pompe of Pompen. Bij de afstammelingen van Willem's broer Goort gebeurde dat uiteraard niet, die bleven alleen de naam Bul voeren. Vooral dankzij overdrachten van perceeltjes grond hebben we deze puzzle kunnen oplossen. We hadden immers ook nog rekening te houden met de echte familie Pompen uit Leenderstrijp afkomstig en ook in Leende wonend die het nog ingewikkelder maakte en waarvan we de genealogie beginnend rond 1380 ook ter publikatie klaar hebben.

 

I-A  Goort Janszoon Bul.

Hij is vermoedelijk geboren rond 1560 en woonde te Hamont onder het gerecht van Grevenbroek (Belgisch Limburg) alwaar hij voor het eerst vermeld wordt in 1593; hij koopt dan van Robrecht Robrechts "een huyshoff met sijn toebehoorten" gelegen binnen Hamont met als belending; "Jan over Compe, Lisken Smets en de Heerenstraete".

Dit transport vond plaats op 5 maart terwijl de registratie er van geschiedde op 10 maart 1593. Goort Bul bezat echter reeds vóór 1593 vast goed in Hamont; immers op 27 januari 1593 had Goort reeds een huis gelegen binnen Hamont verkocht aan Jan Gerrits van Dimmelen.

Het door Goort op 5 maart 1593 gekochte huis deed hij op 14 februari 1594 weer van de hand, de nieuwe eigenaar werd Gaert Pieters. (1)

Doordat Goort Bul of Goert Janszoon op 11 januari 1595 en diverse malen als "gezworene" in Hamont wordt vermeld, kunnen we vaststellen dat hij zich reeds vroeger in Hamont gevestigd had en dat hij er eigendommen bezat en er tot de "gegoede" behoorde. (2)

Op 14 februari 1594 blijkt Goort de koopprijs van het huis aan Robrecht Robrechts voldaan te hebben. Robrecht kwiteert hem voor 300 gld; eerder had Goort hiervan reeds 50 gld. voldaan. Goordt Bul samen met Jan op (over) Compen, kopen op 20 maart 1596 een stuk grond dat de "aelacker" is geheten. Deze Jan over Compen bezat een huis gelegen naast dat door Goort in 1593 verkochte. ‘t Is niet onmogelijk dat Jan en Goort verwant zijn, ze treden immers samen op bij die koop.  Mogelijk had Goort daarvoor geld moeten opnemen; op 2 april 1598 heeft hij aan Adam van Randerode een schuldbrief afgelost en terugbetaalt. (4) Een jaar later in 1599 zien we "Goirden Bul" een stuk land " ’t Kempken” gelegen aan de Ackerstraete" kopen van Jan en Jacob Maessen. Al met al zien we tot 1617 nog diverse transakties van aan- en verkoop van gronden en cijnsen waarbij Goort Bul betrokken blijkt te zijn. (5) Na 1617 horen we tot kort voor 20 oktober 1627 niets meer over Goort. Rond 1627 blijkt Goort gestorven te zijn, hij was gehuwd met Iken Jansdochter. De zoon Anthonis komt dan voor zich zelf en zijn medeconsoiten de ouderlijke nalatenschap aangeven. Op 12 januari 1628 blijken de kinderen een akkoord over die nalatenschap gemaakt te hebben. (6) 

De kinderen van Goort Bul en Iken Jansdr. zijn:

1. Jan Bul.

Hij is rond 1590 te Hamont geboren. We vinden hem voor het eerste te Hamont vermeld op 12 januari 1628 samen met zijn broers en zusters. Jan blijkt dan met broer Thonis in Hamont te wonen terwijl hun broer Hendrik en hun zuster Adriana naar Leende waren verhuisd er getrouwd waren en er zich gevestigd hadden.

Jan en Thonis verkrijgen van hun broer en zuster uit Leende, hun kindsgedeelte in de ouderlijke goederen; te weten "graes ende lant, huys ende hoff" waarvoor Jan en Thonis elk 150 gld beloven te zullen geven. (7)

Ook hun zuster Anna die in het klooster blijkt te zijn, geeft als zuster Anna Goirdts  haar deel of “aenpaert van huys en hoff" op 28 juni 1628 ook aan Anthonis en Jan Goirdtsz. alias Bullen. Hiervoor verscheen zuster Anna met Heer Franciscus d'Oirschot als pater, met suster Marie Aerts als overste en met suster Marie Willems als submatersse voor de schepenen om die overdracht te regelen. (8) Jan volgt onder II—A.

2. Anthonis Goirdtsz. Bul.

Hij wordt tezamen met zijn broer Jan vermeld bij de scheiding van de ouderlijke nalatenschap die door Anthonis op 20 oktober 1627 werd opgegeven.

Op 9 januari 1630 legden Anthonis en Jan, nadat ze samen alle ouderlijke goederen hadden verworven, hun scheiding en deling die ze op 28 december 1629 gemaakt hadden, voor aan de schepenen van Grevenbroek, Anthonis verkreeg daarbij de helft van het land "neven Thonis Jansz.-lant en de groote beempt aen de cleynen boss" en verder enkele rentebrieven. (9)

Mogelijk is deze Thonis identiek met Anthonis Goirdts van Gastel, wonend onder Buel Budel alwaar vlakbij onder Soerendonk het gehucht Gastel is te vinden. Deze Anthonis Goirdt van Gastel wonend onder Buel, wordt er 13 juli 1621 genoemd als man van Lijn (Kathelijn) Peters terwijl hij "een heytvelt genoempt watervelt" onder Grevenbroek bezit. (10)

Dit zou dus kunnen verklaren waarom hij verder te Hamont niet meer is te vinden.

Op 30 juli 1627 draagt Huybert Alartzoon een rentebrief op aan Anthonis Bul. (11) Hij zou dan echter als weduwnaar van Lijn Peters hertrouwd moeten zijn omdat op 10 november 1632 Anthonis Bul een erf "de pasacker" koopt, waarbij echter de koopakte door Marie zijn huisvrouw wordt ontvangen. (12)

Hoe het verder met deze Thonis Bul is gegaan, weten we niet. Wel weten we dat er zich via Vianen, Wijk bij Duurstede en Druten een familie Bul heeft gevestigd in de Betuwe en wel in het plaatsje Horssen. In deze familie kwam in de 18de eeuw herhaaldelijk de naam Alard voor. (13)

3. Anna Bul.

Zij draagt als geestelijke dochter "suster Anna", in 1628 haar deel in de ouderlijke goederen over aan haar broers Jan en Thonis (zie onder 1).

4. Adriana Bul.

Adriaentje trekt naar Leende alwaar ze op 1.7.1618 voor de pastoor trouwt met Remigius Dilis, ook wel genoemd Reynier Gillis den ouden of Remigius van Vee. (RA Leende 1).

Adriana stiert vóór 1656 terwijl haar man Remigius van Vee op 5.6.1668 te Leende overleed (RA Leende 4). Op 11 december 1656 deed Reym van Vee als weduwnaar van Adriaentgen Goort Bul afstand van zijn tochtrecht tot behoef van zijn vijf wettige kind. (14).

Reym. bezat o.a. een huis met aangelag op Oisterik te Leende. Hij wil levenslang vrij woning voor hem zelf en voor zijn dochter Jacomijn, als ze ongetrouwd blijft, in "het cleyn huysken staende op het aangelag" in Oisterik.

Kinderen van Reym en Adriana:

a. Henricus Reym Vee, gedoopt te Leende op 23.7.1623 (RA Leende 1); doopheffers Johannes zoon van Godefridus Bul als broer van Adriana en Catharina Leenen weduwe van Henricus Adriaen Maes. Hendrik Vee overleed te Leende op 7.10.1656 (RA Leende 4).

b. Jacoba Vee, gedoopt 26.5.1626 (RA Leende 1); doopheffers Henricus Wilhelmus Maes en  Maria van Hees.

c. Anna Vee, gedoopt in september 1632 (RA Leende 1); doopheffers Lambert Coppen en Elisabeth vrouw van Willem Bull. Anneke trouwde voor de schepenen van Heeze-Leende op 17.2.1664 met Jan Adams, Jongeman van Seelst. (RA Heeze 8)

d. Jenneke Gillis alias Vee. Zij trouwde met Bartel Everts, ook wel Geerit Bartels geheten. Bartel overleed op 19.4.1662 te Leende. Een dochter van hen, Cathalijn Bartels alias Vee geheten en gedoopt op 03.8.1661, huwde te Leende met Leendert Franssen. Hij heette Leendert Franssen van Asten, alias Vee. Er was van Leendert en Cathalijn één zoon die de naam Peter Leendert Franssen voerde en huwde met Helena Vermeulen uit Leende, terwijl een andere zoon van Leendert als Wouter Leenderse naar Den Haag trok en er de naam Wouter Leenderse van Asten kreeg; deze laatste Wouter van Asten overleed op 31.5.1781 te Den Haag en liet er ‘n talrijke nakomelingschap na.

e. Reynier Vee alias van der Sande. Hij werd in Leende schoolmeester en trouwde er voor de schepenen op 20.2.1653 met Jenneke Jan Hendrik Boonen dochter. (RA Heeze 7) Reynier, die ook wel Mr. Reynier Gillis van der Sande alias Vee werd genoemd, overleed op 31.7.1703 (RA Leende 5) als Mr. Renier van de Sande, ludi magister. Een zoon van deze Reynier en geboren in Leende Op 10.10.1655 werd de bekende Heer Henricus van der Sanden, rond 1700 pastoor in Stiphout.

f. Goort of Govaert Reym Vee. Hij woonde in Leende en testeerde er op 4.2.1708. In 1668 kreeg Govaert een volmacht van zijn broer en drie zusters om uit de erfenis van hun vader Reynier Gillis den ouden, overleden te Leende op 5.6.1608, een huis gelegen te Antwerpen in de Ridderstraat horende bij de parochie St. Andries en afkomstig van hun oom Hans Gillis die getrouwd was met Sara Pauwels te verkopen samen met een erfrente van 500 gld afkomstig van een meerdere rente van 1200 gld kapitaal en eveneens van hun oom Hans en staande ten laste van "Den Berch van Bermherticheyt" (= een gasthuis) binnen Antwerpen gelegen. Verder was er ook nog een rente van 300 gld en staande op diezelfde "Berch" en gekomen van "Reynier Gillis, hunnen vader saliger’’ die eerder weduwnaer was van Adriana Govaerts. (15)

5. Hendrik Bul.  

(Hij volgt onder II-B) Geboren rond 1580 ?

6. N.N. Er wordt bij de deling gesproken over 6 delen van de nalatenschap, dus is er blijkbaar nog een kind meer geweest; 't is zelfs mogelijk dat er nog een zoon Jan is geweest ! (16) ?

 

II-A. Jan Goirdts Bul.

Geboren te Hamont rond 1590, blijkt in oktober 1612 aldaar te wonen terwijl hij drie maanden eerder bij zijn broer Hendrik in Leende verbleef. Jan was in 1612 nog ongehuwd en handelaar in koperen ketels waarvoor hij diverse malen naar andere landen trok om er de kost te verdienen. (16) Jan trok vrij regelmatig naar Keulen en verder het Rijnland in om als ketelaer er handel in allerlei koperen voorwerpen te drijven.

Bij de deling op 28 december 1629 en de definitieve scheiding met zijn broer Thonis in 1630, krijgt Jan het huis binnen Hamont met nog een perceel land in de Ackerstraat en nog een "cleyn beempken geleghen aen de cleynen boss".

Op 26 maart 1632 blijkt Jan Bul weduwnaar te zijn van Lijn Gielen Rijcken; hij vraagt om mombers te stellen over zijn 5 minderjarige kinderen en wel Hendrick Goirdtsz. alias Bul, zijn broeder en Jacob Rijcken, zijn zwager. (17)

Tevens verzoekt Jan om bomen zijn huis in Hamont te mogen rooien en maakt hij ook nog een akkoord met Ael de weduwe van Dieryck de ketelaer "aengaende de tymmer van sijn huysinghe“ terwijl hij een paar maanden later een stukje grond achter zijn huis aan Joost Boelaerts verkoopt. (18)

Op 16 juni 1633 zien we dat Jan accordeert met de familie Rijcken over de nalatenschap  van  Michiel Rijcken. (19)   Zou Jan na de dood van zijn eerste vrouw weer naar Leende zijn gaan wonen en aldaar opnieuw getrouwd zijn? ‘t Lijkt er wel op. Zo vonden we in Leende dat Heilke, vrouw van Jacob Engelen, zich op 16 november 1635 er over beklaagde dat Dielis van Moll, haar eigendommen die zij in een kist bewaarde en die ze had staan in de kerk van Leende, had opgepakt en op een andere plats in de kerk had gezet. Heilke protesteerde daartegen want haar kist met haar kostbaarheden stond nu op een plek die door het vertrek van Jan Bull en zijn vrouw naar Hamont, was leeggekomen .(20)

In 1650 zien we Jan Goort Bull wonend te Hamont als weduwnaar van Jenneke Jan Roelens met Catharina hun minderjarige dochter. Schijnbaar is Jan rond 1650 hertrouwd, want we zien Henrick Goort Bull en Dielis van Moll als mombers over Catharina. Jan doet dan afstand van het tochtrecht over zijn goederen uit zijn vorig huwelijk ten gunste van zijn dochter Catharina. (21)

Wie nu Jan Goort Bull is, die getrouwd was met Lijn Gielen Rijcken, is me na het voorgaande erg onduidelijk geworden! Er is nog een andere Jan Bul geweest of Jan trouwt in totaal  driemaal? De gegevens zijn te onvolledig om het precies vast te stellen. Verder  blijkt er dat Geeraert Lambers in december 1649 een erfcijns uit een huis op Oisterik verkocht aan Hendrick Goort Bul en Dielis van Moll als mombers over Lijnten (=Catharina) Jan Bul dochter; (22)   terwijl er in 1656 gesproken wordt over een huis met brouwhuis omtrent de kerk van Leende en strekkende met een eind aan het erf toebehorend aan "het onmondig kind van Jan Bul.“ (23)

Als kinderen van Jan Bul kennen we slechts:

1. Goort Bul. Deze Goort blijkt bij het huwelijk van Aert Bul en Geertruy Bitters genoemd te worden als neef van de bruidegom. Verder onbekend.

2. Catharina Bul. Zij huwde op 30.6.1658 voor de pastoor van Leende en op 7.7.1652 voor de schepenen van Leende-Heeze met Adriaan Adriaanzoon Maes uit Leende. (RA Leende en RA Heeze 8)

Als kinderen van Adriaan en Catharina vonden we:

a. Adrianus Maes, gedoopt te Leende 12.10.1658 (RA).

b. Joannis Maes, gedoopt 18.9.1661 (RA Leende 4). met ols doopheffers Joannes Maes en Geetruy Jan Bull.

c. Elisabeth Maes, gedoopt 25.10.1663 (RA Leende 4). doopheffers Joannes Weynen en Helena Maes.

Op 5.11.1665 overleed te Leende Catharina Jan Bull (RA Leende 4)

 

II-B.  Henrick Goyaert Bull (zie 1-A-5).

Hij is te Hamont waarschijnlijk rond 1580-1585 geboren. Henrick vestigt zich echter in Leende alwaar hij op 18.7.1607 voor de pastoor trouwde met Dymphna Wilhelm; Maessz.

In het doopboek (RA Leende 1) schreef de pastoor op 5 juli 1607:

- Contraxerunt sponsalia Henricus Godefridi ab Hamont et Dimna Wilhelmi Maessz. Testes

Godefridus Bull pater sponsi et Petrus Leenen.

Op 18 juli 1607 schreef hij: - Henricus Godefridi ab Hamont et Dijmna Wilhelmi Maessz contraxerunt matrimonialia.

Testes Dominus Vleminx et Adrianus Lenardsz.

Dymphna was een dochter van Willem Maes. Ze had in 1612 nog twee broers Hendrick Willem Maes soen den oudsten mondich wesende en Hendrick Willem Maes soen den joncxsten onmondich wesende. Die twee broers droegen op 31 juli 1612 hun deel in een huis en hof op Oisterik over aan hun zwagers Hendrick Bull en Peter Thomas. (24) Deze laatste Peter Thomas van Santfort trouwde op 13.2.1612 te Leende met Dymphna's zuster Anna Wilhelmus Maes. (RA Leende 1). Bij dit huwelijk was getuige Henricus Leenen frater sponse. (= broer van de bruid). Aangezien Hendrick Maes de joncxste in 1612 nog onmondig was, zal met deze "Henricus Leenen" wel Hendrick Maes de oudste bedoeld zijn?! Henricus Leenen als alias of bijnaam voor Henricus Maes de oudste I!

Evenals zijn broer Jan Bul hield Henrick zich ook bezig met koperen ketels, hij verkocht ze aan de inwoners van Leende en omliggende dorpen. Ook het oplappen (ketelbueten) van allerlei gebruiksvoorwerpen der ingezetenen was zijn beroep. Reeds in 1612 zien we dat Hendrick Goyart Bull samen met Wouter Peter Delen gaat erfmangelen. Ze hebben beiden een stukje grond geerfd en besluiten met elkaar die grond te gaan ruilen of erfmangelen; (25) dit gebruik komt in deze tijden veel voor.

‘t Schijnt Henrick met zijn handel in koper steeds beter te gaan. In 1624 koopt hij van Handrick Schepers zoon van wijlen Hendrik en man van Hendricxken een erfcijns van 6 gld. uit grond gelegen te Heeze aan de Voort (26). Een erfcijns is een hypotheek op onroerende goederen. Handrick Schepers ontving van Hendrick Bull de som van 100 gld. en daarvoor had Schepers ieder jaar aan Bul 6 gld te betalen met als onderpand het opgegeven stuk grond en wel zo lang tot Bul die 100 gld weer terug had ontvangen. De brief die Bul daarvoor van de schepenen ontving kon hij eventueel ook weer verkopen of belenen. Hendrick Bul had in Leende eigendom Iiggen in de Schammert en wel een "groese en eckerIant" zo geheten en gelegen bij de Aa, groet sevendalven Iopensaet" ( 6½ lopense); ook had hij huis en aangelag gelegen naast dat van Hendrick Dirck Verbraecken. (27)

Dat Hendrick bij de voornaamste Leendenaren hoorde blijkt in 1624 als hij met Heer Peter Vemincx priester, als dekens van de broederschap van Onze Lieve Vrouw-aItaar in de kerk van Leende, van een ingezetene een erfcijns van 2 gld per jaar ontvangt als schenking ten bate van die broederschap. (28)

In 1630 heeft Hendrik Goyart Bull, ketelaer te Leende een partij afval van koper "of zeeckere quantiteyt van schroyssel van coper". Op 24 januari bestelt hij aan Nicasius Jan Sijnen, voerman te Heeze, om voor hem de partij afval in enkele vrachten naar Aken te brengen en er nieuw koper voor in de plaats te brengen wat Hendrik als ketelaer gewoon is te verkopen aan de inwoners der omwonende dorpen van Leende. (29)   In hetzelfde jaar komt Antonis Sijnen uit Heeze aan de schepenen een vrijbrief vragen omdat hij met paard en kar naar Aken wil varen om aldaar voor Hendrick Gorts, alias Bull wonende in Leende, enige ongebonden ketels en banden te gaan halen die Henrick in Leende wil bewerken en verkopen. De schepenen schrijven zo'n brief en Sijnen kan "passeren ende repasseren ongemolesteert" (30). Een paar jaar later draagt Hendrick Bull aan Antonis Jan Houben, voerman te Heeze, op om voor hem een partij ketels en koper uit Aken mee te brengen hetwelk door Hendrick "op de omliggende plaetschen onder die huysluyden wil slijten ende vercopen". Die opdracht heeft Henrick op 9 september 1632 zelf voor de schepenen met "sijnen naem beteeckent" als Handryck Goirtsen Bull. (31)

Er waren in Leende meer inwoners die handelden in koper. Zo was er in 1618 al een Michiel Henrick Ceelkens, geboren in Leende, die als jonggezel een bewijs van goed gedrag aan de schepenen vraagt omdat hij "is generende met ketelen" (handelde in koper) (32). In 1646 zien we Aert Janssen, Joost Janssen en Corsten Snoex als drie voerlui uit Heeze die verklaren dat ze van hun karren hebben geladen zekere vaten met koper en gemerkt met diverse tekens dat toebehorend was aan Aert Friesen Koopman binnen Aken. (33)

In hetzelfde jaar stelt Jenneke weduwe van Hendrick Loeff Loefs uit Leende zich borg voor haar zoon Cornelis Loefs die dit jaar 150 pond ketels zou mogen kopen van Jan Thijssen, koopman van koper en inwonend in Wesel. (34)

Ook Reym zoon Peter Reym Hoirs oud 21 jaar en geboren in Leende is in 1664 als handelaar in koper 26 rijksdaalders schuldig aan Mr. Jan Gerlinckhuysen, koopman van koperwerk wonend te Essen. (35)   In 1691 zien we Gerrit Hollen en Jan Reym Hoirs beiden wonend in Leende voor de schepenen aldaar verschijnen. Ze verklaren dat ze een akkoord gemaakt hebben wegens de handel die Jan Hoirs heeft gedaan en gehad met Dirck Gerrit Hollen. Deze Dirck zoon van Gerrit Hollen voornoemd, was 'n jaar geleden voor zijn handel in koperen ketels in de stad Herford in Westfalen en aldaar in die stad horend onder het gebied van de keurvorst van Brandenburg overleden. Het koper was door Sr. Coenraedt Duppengieter, Koperslager in Aken aan hen geleverd geweest en er lag nu nog een 300 pond koper "schrooyen" in Bielefeld, eveneens daar in Westfalen. (36) Leden van de familie Hollen afkomstig uit Achel waren in Leende ook bekende koperbueters en handelaren, hierbij voegden zich leden van de Families Cocx, Engelen en van Engelen. Van deze laatste van Engelens ook wel van Pelt genoemd, stamden verschillende koperslagers die in Leende bekend waren om hun vakmanschap en waarvan de nog levende en bekende Jan van Dijk als koperslager een waardige nazaat is, die de vakkennis als koperslager bij de van Engelens in Leende had geleerd en die van Engelens op hun beurt van onze Hendrick Bull, ketelaer in Leende rond 1630, waarmee ze door huwelijk het vak ook in hun familie hadden gekregen; later kwam daar ook nog een enkele Vromans bij. In 1656 zien we Hendrick Bul erfmangelen met Lenart van Pelt. Lenart krijgt een akker van Hendrick in Hamont terwijl Henrick een akker krijgt gelegen tussen de Schammertstraat en de Koudburghstraat en naast een perceel van Reym Vee. Die erfmangeling duidt op een familierelatie, het ging hier o.a. ook over een deling tussen Goort en Lenart van Pelt over de goederen hen aangestorven van wege Goort en Jan van Pelt (= van Engelen ) "henne oomen". (37)

Kinderen van Hendrick en Dymphna zijn:

1. Wilhelmus Bul. Hij werd te Leende op 16.6.1609 gedoopt met als doopheffers: Henricus fratres matris junior et Dymna Jacobi Dielis exor of vertaald: Henricus junior broer van de moeder en Dymna vrouw van Jacob Dielis. (RA Leende 1) (hij volgt  III-A)

2. Joanna Bul. Zij werd op 12.8.1612 gedoopt met als doopheffers Henricus Adriaen Maes en Catharina Leenen. Joanna huwde op 25.1.1634 voor de pastoor in Leende met Willem Jacob Hoogaerts, ook wel Willem de Smet geheten. Getuigen bij dit huwelijk in 1634 waren Joannes Maes en Peter Maes.

Deze Willem Hoogaerts was op 4.2.1613 te Leende gedoopt als zoon van Jacob Jan Hoogaerts de Smet, afkomstig uit Hamont. Jacob de Smet was op 12.2.1612 te Leende gehuwd met Marijke Adriaen Cuypers dochter en had met haar verschillende kinderen in Leende.

Joanna en Willem hadden als kinderen:

a. Maria Hogaerts, gedoopt te Leende op 15.10.1639, doopheffers Joes Bul en Maria Jacob de Smidt dr.

 

Dit opschrift staat in sierlijke letters gesneden op den bovendorpel van het deurkozijn eener boerderij te Leende. In deze streek komen dergelijke, goedverzorgde hoeven slechts zelden voor.

b. Maria, gedoopt 24.9.1640 met als doopheffer Bartholomeus Hogers ex Hamont.

c. Wilhelmina, gedoopt 19.5.1643; doopheffers Henricus Wilhelmi en Lucia de vrouw van Philippus de molenaar.

d. Elisabeth, gedoopt 13.2.1646; doopheffers Godefridus Bul en Elisabeth Coppen.

e. Adriana, gedoopt 9.10.1648; doopheffers Henricus Thijs en Maria Dielis. (RA Leende 3)

In 1656 was Joanna Bul weduwe en werden Goort Bul en Hendrick Dircx Verbraecken aangesteld als mombers over de kinderen van wijlen Willem Hoogaerts. (38)

3. Elisabeth Bul. gedoopt 27.5.1620 te Leende (RA Leende 1) met als doopheffers Henricus Peter Leenen en Anna de vrouw van Walter Delen.

Elisabeth huwde te Leende rond 1642 met Goort van Pelt alias van Engelen. Doordat er een hiaat is tussen de doopboeken 2 en 3 in de jaren 1637-1643 hebben we hun huwelijk er niet kunnen vinden. Deze Goort Jan van Pelt, ook wel genoemd Godefridus Jan van Engelen is een zoon van Jan Goort van Pelt uit Leende, dezelfde Jan van Pelt die 7 juli 1602 "op Boschmert" was te zien als koopman met een "cudde of menigte van verckens" (39)

Diezelfde Jan Goort van Pelt liet in 1681 in Leende een boerderij bouwen met de volgende spreuk boven de deur:

"+ LAET NYDERS NYDEN DAT GODT

ONS GUNT MOETEN SY LYDEN

JAN GOORT VAN PELT EN CATELYN POMPEN"

16                                                                      81

Op de tekening van Herm. van der Kloot Meijburg is een deel van deze boerderij met de spreuk op de bovendorpel weergegeven. Na afbraak van deze boerderij zijn de bovendorpel en ramen verkocht en verwerkt aan een boerderij te Best. Onze kring heeft nog geprobeerd om deze bovendorpel terug te krijgen evenwel zonder resultaat. Enkele jaren geleden is deze boerderij in Best afgebrand.

Goort van Engelen of van Pelt is de stamvader van alle van Engelens uit Leende. Goort en Elisabeth hadden een 8-tal kinderen waarbij o.a.:

a. Joannes van Engelen, gedoopt te Leende 24.3.1643, doopheffers waren Henricus Wilhelmi Masii of Maes en Elisabeth de vrouw van Henricus Bul.

b. Joannes van Engelen, gedoopt 13.3.1645. Hij huwde in 1669 met Catharina Pompen.

c. Wilhelmus van Engelen, gedoopt 8.5.1647. Willem huwde in 1676 met Catelijn Hendrik van Puth .

d. Arnoldus van Engelen, gedoopt 27.8.1651. Hij huwde rond 1685 met Helena Hollen.

e. Catharina van Engelen, gedoopt 4.4.1654. Zij huwde als Catelijn Goort van Pelt in 1681 met Jintis Hollen eveneens uit Leende.

Goort overleed vóór Elisabeth, in 1700 had de deling van hun goederen plaats. (40)

In 1758 zien we Gerard van Engelen en Arnoldus van Engelen als handelend in koperen ketels naar Munsterland vertrekken om er zaken te gaan doen. (41)

4. Godefridus Bul. Hij werd 15.10.1623 te Leende gedoopt met als doopheffers Joannes Bul, broer van de vader en Margaretha vrouw van Andreas Leenen (hij volgt III-B).

5. Aert Bul. Als Aert Henrick Bul vraagt hij in 1635 aan de schepenen om een vrijgeleide; hij woont alsdan in Leende bij zijn ouders. (42)

Of Henrick Bul rond 1635 weduwnaar was van Dymphna en hertrouwde met Elisabeth, of dat er rond 1635 een zoon van Henrick Bul en Dymphna was die ook Henrick heette en als Henrick Henrick Bul trouwde met Elisabeth, we weten het niet. Wel weten we dat Henricus Hendrick Bull te Leende op 15.4.1660 overleed.

Volledigheidshalve volgen hier een drietal kinderen van Henrick Bul gehuwd met Elisabeth . . . . . . . . . .

1. Arnoldus Bul, gedoopt te Leende op 27.4.1638 met als doopheffers Joannis Bul en Joanna Arnoldi Vervoort ex Hamont. (RA Leende 3)   Deze Aert Bul trouwde op 15.1.1663 te Leende voor de pastoor en op 21.1.1663 voor de schepenen met Geertruy Jan Bitters.

(RA Leende 4 en RA Heeze 8)  Zij is een dochter van Jan Bitters en Christina of Stijntje.

Ze heeft een broer Peter Bitters die op 6.11.1631 te Leende was gedoopt. Bij dit huwelijk wordt Goort Jan Bul genoemd als neef van de bruidegom. Op 2 januari 1670 draagt Stijntje weduwe van Jan Bitters haar tochtrecht (vruchtgebruik) op land in Leende op aan Aert Hendrik Bul, haar schoonzoon wonend te Hamont. Aert en zijn vrouw verkopen dat land in de Kooybroecken te Leende vervolgens aan hun zwager Lenaert Janszoon van Pelt. (43)

Uit het huwelijk van Aert en Geertruy vonden we:

a. Henricus Bul, gedoopt te Leende op 8.11.1663 (RA Leende 4) met als doopheffers Remigius van Veen en Elisabeth vrouw van Hendrik Bull.

b. Wilhelmus Bul, gedoopt te Leende 28.10.1639. (RA Leende 3)

c. Dymphna Bul, gedoopt te Leende 10.10.1641 (RA Leende 3); doopheffers Tielemanus Lucas en Jacoba vrouw van Jacob Strijbos uit Leende. Deze Dymphna lijkt me genoemd naar de vrouw van Henrick Bul.

 

III-A. Willem Hendrick Bul (zie II-A-1).

Hij is gedoopt te Leende op 16.6.1609. (RA Leende 1)  Willem trouwde rond 1630 met Elisabeth Pompen. Zij was rond 1607 geboren als oudste dochter van Hanrick Frans Pompen uit Leende die gehuwd was met Elisabeth. Een der broers van Elisabeth trok uit Leende weg naar Alem en trouwde als Willem Pompen aldaar in 1658. De ouders van Elisabeth of Lijske stierven in 1632. Bij de boedelscheiding in 1634 kreeg Willem Bull als man van Lijsken toegewezen:

-  een huis, hof met aangelag gelegen op Oisterik (Leende) met de cijns daarin staande;

-  een stuk groese in de langstraat en wel de tweede cavel vooraan;

-  een stuk land "het leegwater";

-  houtwasch gelegen in de ulckendonck benevens Mr. Reymen Hoirs sijde;

-  het cleyn veltgen in de ulckendonck benevens de Aa. (44)

Willem is reeds vrij vroeg overleden, Lijske was reeds in 1655 weduwe. Door verschillende hiaten in de doopboeken van Leende uit de 17de eeuw hebben we geen juiste datum kunnen vinden.

Elisabeth bleef met drie jonge kinderen achter. 't Is zeer begrijpelijk dat door dat voortijdig overlijden van de vader de kinderen de naam Pompe(n) kregen en die ook later behielden.

In 1668 zien we Lijske als weduwe een perceel akker "den langenacker, groot 9 copsaet’’ en gelegen op Oisterik vernaderen. Die akker was bij de boedelscheiding in 1634 toegewezen geworden aan haar broer Willem Hendrik Pompen die vanaf 1658 in Alem was gaan wonen. Willem Pompen had deze akker verkocht aan Henrick Willem Bul, ‘n broer van Lijskes overleden man Willem. Door gebruik te maken van haar recht van naderschap kon zij nu die akker kopen. Zij was namelijk nader verwant aan Willem Pompen (‘t was immers haar broer) dan Henrick Bul, aan die meerdere verwantschap ontleende zij het recht om zelf die akker te kopen; Henrick Bul kreeg gewoon zijn kooppenningen terug en Lijske betaalde. (45)   Lijske overleed na 24 november 1683 want op die datum deed Lijske afstand van haar tochtrecht of vruchtgebruik ten behoeve van de kinderen die haar overleden zoon Hendrik verwekt had bij Maria Nasen. (46)

Kinderen van Willem en Lijske:

1. Elisabeth Bul. Zij is te Leende op 1 november 1631 gedoopt (RA Leende 2); doopheffer Petrus Maes. Elisabeth trouwde op 24.7.1652 voor de schepenen van Heeze-Leende met Cornelis Gerits alias Nelemans en afkomstig van Turnhout. (RA Heeze 7)

Ze hebben te Leende als hun kinderenlaten dopen:

a. Cornelis Nelemans, gedoopt 17.8.1653 (RA Leende 3); doopheffers Henricus Bull en Joanna Meuls. De vader heette Cornelis Geraerts.

b. Dymphna Nelemans, gedoopt 12.1.1657; doopheffers Joannes van Turnhout en Margaretha Nuijs.

c. Wilhelmus Nelemans, gedoopt 21.11.1658; doopheffers Henricus Willem Bul en Adriana Geraerts.

d.  Adriana Nelemans, gedoopt 29.12.1660 (RA Leende 4); doopheffers Willem Peter Maes en Joanna Dielis.

e.  Engelbertus Nelemans, gedoopt 16.3.1664 met als doopheffers Joes Willem Bitters en Elisabeth Frans Pompen; de vader heette nu verder steeds Cornelis Nelemans.

f.  Henricus Nelemans, gedoopt 26.1.1666; doopheffers Godefridus Bull en Arnolda Jacobs van Alem.

g.  Franciscus Nelemans, gedoopt 30.3.1668; doopheffers Arnoldus Koppen en Maria Bartels.

h.  Jacobus Nelemans, gedoopt 15.11.1670  (RA Leende 4); doopheffers Antonis Joanni Martinis en Jacoba Gerardi Barthels (= van Beerenbroeck). (47)

2. Hendrik Bul, gedoopt 31.10.1633 (hij volgt IV-A)

3. Wilhelmus Bul, gedoopt 13.4.1636 (hij volgt IV-B)

In het landboek Leende II zich bevindend in het gemeentearchief van Heeze vinden we op folio 295 onder Oisterik alle onroerende goederen van Lijsken Pompen , waarvoor verponding (belasting) moest betaald worden.

-   huys en aengelach 35 roeyen

-  den Dries in de langstraat 73 r.

-  half hulsbroeck 42½  r.

-  noch een vierde part in d'ander aldaer 20 r.

-  dat lant genoempt het lochvaetset 53 r.

-  dat halff gebust in d'ulckendonck

-  dat lant in de speel aen de hut 64½  r.

-  die cavel in de samens beemt 42 r.

-  die drey delen in 't achterste hulsbroeck 72 r.

-  den halven schamert 92 r.

-  dat lant op den hoeck aen de lyckstraet 63½  r.

-  dat velt in de biesputten 39½  r.

-  dat lant achter Geerit Bartels gelach 72½  r.

 

III-B. Godefridus Hendrick Bul, (zie II-A-4)

Werd op 15.10.1623 te Leende gedoopt. Goort trouwde op 28.6.1651 voor de pastoor te Leende met Aleydis Bluyssen. (RA Leende 4)  Aleydis was op 7.2.1627 gedoopt te Leende als dochter van Frans Bluyssen en Maria van Hove. Van een broer van Aleydis grootvader stamt Mgr. J. Bluyssen, de bisschop van 's-Hertogenbosch af.

De Bluyssens woonden al rond 1600 op Leenderstrijp en behoorden daar met Pompen enz. tot de invloedrijkste ingezetenen. Aleydis overleed 26.8.1676 en Goort hertrouwde op 5.10.1679 voor de schepenen van Leende met Heylke Frans Delen ook Helena Tielens genoemd. (RA Heeze 8; folio 138)

In 1651 koopt Goort Bul van Pauwels Joosten wonend in Rotterdam een huis met "een cleyn huyske en aangelach“ gelegen omtrent de kerk van Leende langs Dirck Joosten en Geeraert van Gael. (48)

Goort krijgt in 1669 bij een erfdeling een huis te Leende toegewezen; hij verkreeg dit door zijn huwelijk met Aeltjen uit de goederen van Frans Jacob Bluyssen en Maria van Hooff, de ouders van Aeltjen of Aleydis. (49)

Vanaf 1673 zien we Goort als schepen regelmatig in de Leenderprotokollen optreden, Goort had grote invloed in Leende, een van zijn zonen en wel de oudste, was priester geworden en zou in Leende zelfs pastoor worden. Op het hoogtepunt van zijn macht is er wel een zeer tragisch einde aan zijn leven gekomen.

Op 28 augustus 1680 was Goort naar Leenderstrijp gereisd en aldaar bij Peter Aert Cocx in de herberg aangekomen alwaar zich ook Jacop Geeraert Raessen, een jongeman die daar in de buurt Strijp woonde, bij hem voegde. Wat er zich daar allemaal in de keuken heeft afgespeeld zal wel eeuwig een geheim blijven. Er werd door hen beiden, zij waren de enige bezoekers op die middag, nogal flink gedronken, ieder schijnt tien potten Diesterbier gedronken te hebben zoals de volgende dag op het gerecht Jenneke Wouters, de 21 jarige dienstmaagd bij Peeter Cocx, voor de drossaard en twee schepenen verklaren zou.

Op een gegeven moment kregen ze ruzie over de dorpspolitiek en wel over de burgemeesters die in iedere kerkgang (gehucht) met tweeën verschillende belastingzaken hadden te regelen. Er vielen woorden en scheldwoorden tot op een gegeven moment ze beiden met "sijne messe vuyt de schede bloot in de handt tot dry reysen (driemaal)" elkaar te lijf gingen met het noodlottig gevolg dat Govart roepende "ick heb genoch" voorover op de grond viel. Jenneke die toegelopen kwam op al die ruzie vond Goort aldaer in de keuken doot, liggende op sijn rugh terwijl de moordenaar Jacob verdwenen was.

De enigste getuige was Jacobus Raessen, oud 19 jaar en wonend te Eindhoven. Hij verklaarde present geweest te zijn met Jacop Geeraert Raessen zijn oom in de herberge van Peeter Cocx en het gebeurde te hebben gezien. Er was ook nog een verklaring van Helena, het 12 jarige dochtertje van Peeter Cocx. Zij vertelde dat zij "comende uit de heye met een karre, comende is in de huize, heeft gezien dat Govart Bul noch eenich teecken van leven in hem hadde“.

De heer Johan de Jongh drossaard was de volgende morgen op 29 augustus met Willem Anthonis Smulders als president-schepen en Antonis Wouter Verbiesen schepen ter plaatse bij Peeter Cocx om een onderzoek in te stellen. Ze vonden aldaar "het doot lichaam van Govart liggende in de keucken op de goot, liggende op de rugh, in de linkerhand een bloot mes en in de regterhand een scheyde, met eenen cruysrycxdaelder ten allen bebloeyt op sijne borste...."

item bij den aflijvigen bevonden eenen pijpsleutel, twee silveren broeckknopen, een vouwmesken om verckens te snijden, twee paer silveren hemsmouwcnopen, een cooper brilhuisken metten bril, een coperen . . .   ende 18 stuyver aen payment (kleingeld) met noch eenen neusdoeck. "

Al met al het treurige resultaat van dit drama dat ongetwijfeld grote beroering in het dorp zal veroorzaakt hebben.

De dader was fugitief (= voortvluchtig) en in het woonhuis van Jacop Geeraert Raessen op Leenderstrijp werd inventaris gemaakt. Er bleken twee ledige beddekoetsen te zijn, twee koeien, de oogst van het jaar enz. enz.

We vonden de gegevens van dit drama in het gemeentearchief van Heeze op enkele moeilijk te lezen blaadjes. Mogelijk is er in Den Bosch op het rijksarchief over dit drama in de dingrollen waarop criminele zaken werden behandeld uit de heerlijkheid Heeze-Leende meer te vinden. (50)

Voor Goorts vrouw, hij was pas op 5 november van het jaar tevoren opnieuw getrouwd met Heilke Delen, zal het leed haast niet te verwerken zijn geweest; twee maanden immers na die verschrikkelijke dag schonk ze het leven aan een dochter die naar de overleden vader "Godefrida" zou genoemd worden.

De erfdeling der goederen van Goort had plaats op 29 dec. 1680. (51)

Kinderen van Goort en Aleydis:

1. Arnoldus Bul, gedoopt 15.4.1652 (RA Leende 3) met als doopheffer Antonius Bul. Deze Arnoldus de oudste zoon is  later pastoor in Leende.

(wordt vervolgd)

 

BRONNEN:

1.    Grevenbroek 24; folio 73, 77 verso en 92 verso; d.d. 1593.

2.    Grevenbroek 24; fol. 139 verso, 143 verso en 203.

3.    Grevenbroek 24; fol. 214; d.d. 1596.

4.    Grevenbroek 24; fol. 324; d.d. 2.4.1598.

5.    Grevenbroek 24;fol. 364 verso, 378; d.d. 1599 en verder fol. 427 v; d.d. 24.1.1601 als Jehan Boelarts mede wordt genoemd.

Grevenbroek 27; fol. 7 verso; d.d. 13.9.1617 als Goort aan Joachim Bijns een rente van XII st. aflost.

6.    Grevenbroek 28; fol 170;  d.d.   220.20.1627.

7.    Grevenbroek 28; fol

8.    Grevenbroek 28; fol

9.    Grevenbroek 28; fol.

10.  Grevenbroek 27; Fol.

11.  Grevenbroek 28; fol.

12.  Grevenbroek 28; fol. 418 v.; d.d. 10.11.1632

13.  Nederl. leeuw 1957; blz. 105. Er compareerden op 30.5.1681 te Wijk bij Duurstede Johan Bull en Maria "Cortgenet" echtelieden.

14.  RA Heeze R96;   blz. 334;   d.d.  11.12.1656.

15.  RA Heeze R79;   map 1665-1669;   d.d.  25.10.1668.

Ook de in Leende bekende familie Dielis is aan deze familie verwant; een zekere Hendrik Gillis of Dielis uit Leende, trouwde met Judith Taterbeek uit Eindhoven.

16.  RA Heeze R76; map VI; d.d. 29.10.1612.

17.  Grevenbroek 28; fol. 394; d.d. 26.3.1632.

18.  Grevenbroek 28; fol. 417 v.; d.d. 3.6.1632 en 19.10.1632.

19.  Grevenbroek 29; fol. 33; d.d. 16.6.1633.

20.  RA Heeze R229b; d.d. 16.11.1635. In die rumoerige en gevaarlijke tijden werden veel goederen in de kerk bewaard in allerlei kisten; er werd zelfs belasting over geheven.

21.  RA Heeze R95; fol. 42 v.; d.d. 8.11.1650.

22.  RA Heeze R87; fol. 36; d.d. 1.12.1649.

23.  RA Heeze R79; map 1656; d.d. 1.1.1656.

24.  RA Heeze R84; fol. 8 v.; d.d. 31.7.1612.

RA Heeze R77; map 4; d.d. 26.4.1627. Henrick Willem Maes in 1627 zijnde 35 jaar, was dus in 1612 nog onmondig. De momber over Henrick Willem Maes soen den joncxsten was in 1612 een zekere Peeter Leenen.

In RA Leende 1 vonden we ook dat op 22.5.1612 er voor de pastoor trouwde Sophia Thomas van Santfort Gemertana (= uit Gemert) met Petrus Jacob Luyten. Deze Sophia was een zuster van Peter Thomas van Santfort. Hun broer Jan Thomas v. S. trouwde te Leende op 27.5.1620 met Maria Bax dr. Gerard Dierckss.

25.  RA Heeze R84; d.d. 4.7.1612.

26.  RA Heeze R93; fol. 15; d.d. 1624.

27.  RA Heeze R77; map 3; d.d. 2.10.1624.

28.  RA Heeze R93; fol. 22 v.; d.d. 13.11.1624. Zie ook "Dyt Gheyt aen der kyrcken van Leendt". blz. 151 en 152. Uitgave 1974 te Leende.

29.  RA Heeze R77; map 5; d.d. 24.1.1630.

30.  RA Heeze; map 5; d.d. 7.10.1630.

31.  RA Heeze R77; map 7; d.d. 9.9.1632.

32. RA Heeze R76; map 8; d.d. 1.11.1618.

33. RA Heeze R5; fol. 76 v. en 77; d.d. 9.3.1646; in beslag genomen koper.

34. RA Heeze R98; blz. 522; d.d. 16.1.1664.

35. RA Heeze R98; blz. 87; d.d. 1664.

36. RA Heeze R150; fol. 291; d.d. 28.8.1691.

37. RA Heeze R96; fol. 245;  d.d. 11 en 15.1.1656.

38. RA Heeze R96; fol. 268; 1656.

39. RA Heeze R76; map , 13.9.1602.

40. RA Heeze R151; fol. 152; d.d. 28.7.1700.

41. RA Heeze R171; fol. 231; d.d. 2.11.1758.

42. RA Heeze R77; map 9; d.d. 1635.

43. RA Heeze R98; fol. 397; d.d. 2.1.1670.

44. RA Heeze R86; fol. 202; d.d. 10.7.1634.

45. RA Heeze R98; fol. 333 en 333 v.; d.d. 10.5.1668.

46. RA Heeze R100; d.d. 24.11.1683.

47. Op 23.8.1714 werd er te Leende gedoopt: Dymphna dochter van Jacob Nelemans die gehuwd was met Geertruy Theunis en waarbij Joes Henrici Bull en Helena Martens optraden als doopheffers (RA Leende 5). Ook vonden we in Leende een Joris Nelemans gehuwd met Joanna Jacob Priesters; ze lieten er tussen 1663 en 1681 kinderen dopen.

48. RA Heeze R87; fol. 76; d.d. 28.1.1651.

49. RA Heeze R98; Fol. 384 v. ; 12.7.1669.

50. Oud-rechterlijk archief van Heeze-Leende te Den Bosch: Rechtspraak in civiele zaken, civiele en criminele processtukken 17de eeuw (voorl.  inv.  nos o.a.  R30 - R65)

51. RA Heeze R99; fol. 197 verso; d.d. 29.12.1680.