Heemkronijk jaar:1974, jaargang:12, nummer:4, blz.45 -50

DE GEMEENTEWAPENS VAN HEEZE EN LEENDE

door: Jan Aerts

In de tijd dat Heeze, Leende en Zesgehuchten samen een  heerlijkheid uitmaakten, voerde de schepenbank van die heerlijkheid een schependomszegel.(zie afb. 1.) .

Het oudste zegel aan mij bekend is een mooi en gaaf exemplaar, hangend aan een oorkonde van Maria van Horne uit het jaar 1605 (Archief kasteel Heeze). De oorsprong van dit zegel ligt dus voor die tijd. We mogen als vrijwel zeker aannemen dat het door de Horner heten van Heeze is ingevoerd. Het wapen van Horne komt op het zegel voor; een klein schildje hangend aan de takken van een boom, beladen met drie hoorns en in het schildhoofd boven de boom een zespuntige ster. Het is niet eenvoudig om de oorsprong van dit zegel te achterhalen. Als we alleen maar met zekerheden willen werken, dan zijn boom en ster voor ons onderdelen van een onopgeloste rebus. Maar beide tekens uit het zegel verlokken ons tot het doen van enkele veronderstellingen. We wagen het er niet op om verband te leggen met "Hornebom" (1172) omdat "bom" hier meer bedoeld is als grenspaal of grensboom en mogelijk ook afsluitboom (Heemkronyk VII, pag. 13-18). Het is waarschijnlijker dat we de boom in het zegel moeten verklaren als een symbool voor de enorm grote eikebossen die in de heerlijkheid voorkwamen. Philips van Horne zegt in zijn denombrement van 1440 dat hij ook een "bosschelken geheiten Merlebosch gelegen aan die moelen" heeft (Meindersma. pag. 18).Wat voor een "bosschelken" dat geweest moet zijn, kunnen we ons enigermate voorstellen als we in "Verbalen voer die van Heese en Leende" (1527), door A.F.N. van Asten gepubliceerd in Heemkronyk IX, 1970  zien, dat het om een "groote menichte ende ontallycke eycke boomen" die "bij maniere van een bosch zoe verre men zien mach", gaat.

In dit licht vraagt de naam Hout (Zesgehuchten) nauwelijks nog om een verklaring even-\als de naam Breeëik in Heeze. Enkele toponiemen die ongetwijfeld nog met andere zijn aan te vullen. Deze bossen waren van de heer en niemand mocht zonder zijn toestemming "eeckelen opraepen, smuyten off gebruycken". De boom in het schependomszegel en dus ook in de gemeentewapens van Heeze en Leende zou wel eens een eik kunnen zijn. Het "pars pro toto", dat de middeleeuwer hanteerde in het beeldhouwwerk van zijn kathedralen, is hier toegepast in het zegel van de heerlijkheid:  een boom staat voor een heel bos.

Ten aanzien van de ster boven de boom moeten we deze stelling onmiddellijk weer afvaIIen. De ster staat niet voor het firmament.

Een mogelijke verklaring voor de ster in onze wapens menen wij te moeten zoeken bij Dirk Loef van Horne, heer van de heerlijkheid. Deze ridder had in 1371 deelgenomen aan de slag bij Baesweiler (tussen Kerkrade en Aken) en zich daar een dapper strijder getoond, wat overigens niet verhinderde dat Brabant er een grote nederlaag leed. Na zijn terugkeer van de strijd vermeerderde hij zijn stamwapen in het hart van het schild met een Vijfpuntige rode ster. (afb. 2). (Ned. kastelen en hun historie; Kasteel Heeze, door dr. H.E. van Gelder).

De vader van Dirk Loef had in 1334 van Heeze en Leende een Ieengoed gemaakt "ten Brabantschen rechte". (zie "Dyt Gheyt aen der kyrcken van Leendt“, geschiedenis van Leende; uitgave van de stichting Torenfeesten 1974 te Leende; verschijnt 12 mei a.s.). Het schijnt mij toe, dat het schependomszegel van de heerlijkheid Heeze en Leende uit die tijd dateert. Wel zou ik willen dat ik dat kon bewijzen of dat iemand onder onze lezers het tegendeel kan aantonen.

Na de komst van de Fransen in 1794 hadden de dorpen van de heerlijkheid aanvankelijk nog een gezamenlijk bestuur. Door de inlijving bij Frankrijk in 1810 werden hier ook de Franse wetten ingevoerd. Eén daarvan was het keizerlijk decreet van 6 pluvoise van XIII (26 januari 1805) waarbij  was bepaald dat alle officiële zegels de gekroonde keizerlijke adelaar zouden vertonen met het omschrift "Maire de  ..." of "Sceau du maire de ..." (zie Gemeentelijke heraldiek, door jhr. mr. M.A. Beelaerts van BIokIand in "De Hoge Raad van Adel", pag. 137; 's-Gravenhage 1966). In Leende is het stempel voor dit zegel nog bewaard gebleven.

Het oude schependomszegel leeft nog voort in de gemeentewapens van Heeze, Leende en tot 1921 ook in de voormalige gemeente van Zesgehuchten. Het wapen van Heeze geeft de meest zuivere weergave van het zegel, (zie afb. 3) maar is daarom nog niet juist. Het wapen van Zesgehuchten is, ter onderscheiding van Heeze met een ster extra uitgevoerd (afb. 4). Voor Leende wordt een vergaande variant toegepast; boom en ster krijgen een plaats aan de rechterzijde (heraldisch links) van het schild (afb. 5). Deze gemeentewapens zijn vastgesteld door de Hoge Raad van Adel, d.d. 16 juli 1817. Dit was een gevolg van het koninklijk besluit van 24 december 1814, waarbij aIIe steden, dorpen, heerlijkheden e.d. bij de koning goedkeuring konden aanvragen voor een wapen. Blijkens het K.B. van 3 januari 1818 was men hiertoe niet verplicht. De andere mogelijkheid was een zegel te voeren met randschrift: "Plaatselijk bestuur van ....". Het gevolg van het K.B. van 1814 was, dat op korte termijn honderden wapens werden vastgesteld, waarbij er veie waren "waaromtrent de Hoge Raad van Adel geen andere kennis had dan de door de gemeenten zelve ingezonden gegevens en dat dus onjuistheden, welke bij dieper onderzoek - waartoe echter geen tijd beschikbaar was - hadden kunnen worden vermeden, voorkomen". (Zie: De Hoge Raad van Adel, a.w.; pag. 130.).

De werkwijze van de H.R.v.A. ontmoette al eerder kritiek zoals in het hiervoor aangehaalde werk wordt gezegd: "De Raad heeft flagrante onjuistheden toegelaten, fantastische kleuren gegeven aan zeer bekende wapens, en blazoenen aangenomen zoals ze door dorpsbestuurders werden voorgesteld". Die kritiek was niet zachtzinnig maar terecht en ook van toepassing op de gemeentewapens van Heeze en Leende.

Onze kritiek richt zich op de gebruikte kleuren en de vorm van de hoorns uit het stamwapen van Horne. De kleuren van Horne zijn sedert de middeleeuwen bekend: op een veld van goud drie rode hoorns beslagen van zilver(afb. 6).  In het wapen van Heeze werd het veld inderdaad van goud, maar de hoorns van lazuur (blauw) en niet beslagen van zilver. Dit wapen is dus historisch en heraldisch onjuist. Het veld van het gemeentewapen van Heeze is blauw; waarmee wij volledig akkoord zijn. Het is een natuurlijke achtergrond voor de boom waaraan het schildje hangt en de ster. Omdat wij de juiste heraldische kleur van de boom niet kennen - zegels zijn altijd in een kleur uitgevoerd - geven wij de voorkeur aan de natuurlijke kleur: groen. De Hoge Raad van Adel heeft echter de boom van goud gemaakt. Wat de ster betreft, geven wij na wat er hiervoor over is gezegd, de voorkeur aan een vijfpuntige rode ster (dit dan in afwijking van het zegel, dat een zespuntige ster vertoont). De boom in het wapen van Leende is wel groen en dus heel acceptabel maar de ster er boven is van goud. Het eigenlijke schild in Leende moet het wapen van Horne voorstellen - zijnde van lazuur (blauw), beladen me drie hoorns van goud - maar is het bij lange na niet. Onze eindconclusie moet dus zijn dat de gemeentewapens van Heeze en Leende niet verbeelden wat ze moeten voorstellen en daarom historisch en heraldisch gezien, onjuist zijn.

De beschrijving van het gemeentewapen van Heeze zou naar onze mening als volgt moeten luiden: Een veld van azuur (blauw) beladen met een boom van sinopel (groen) aan wiens takken een schildje van goud hangt beladen met drie rode hoorns beslagen van zilver 2:1 en boven de boom een vijfpuntige - of als men liever aan de ster uit het zegel wil vast houden - een zespuntige rode ster. Maar zoals gezegd, boom en ster zijn figuren van een onopgeloste rebus; bovendien kan de boom een banteken zijn, wat onze rebus er niet eenvoudiger op maakt (zie De Brabantse beelden en teekens van recht, door dr. J.P.W.A. Smit, pag. 225; ‘s-Gravenhage 1957).

 

 

 

 

Een oplossing voor een nieuw gemeentewapen van Leende zou kunnen zijn: een gevierendeeld schild waarin per kwartier, een van de drie figuren uit het zegel kunnen worden gerangschikt. Voor het overblijvende kwartier kan dan bijvoorbeeld een gekapte en gebelde valk worden genomen of eenvoudigweg, de valk die voorkomt op het schild van 1646 van het St. Jansgilde van Leenderstrijp. Het is een figuur die zeker in aanmerking komt om het onderscheid tussen de gemeentewapens van Heeze en Leende te vergroten. Daar de valkerij vooral in Leenderstrijp werd beoefend, kan deze vogel in het wapen van Leende de band tussen dat dorp en het afgelegen gehucht Strijp symboliseren. Het is een van de mogelijkheden die er zijn, maar die wel moeten worden getoetst van heraldische vormen.

GEMEENTE LEENDE 

Dat wat meer onderscheid tussen de wapens aan Heeze en Leende niet overbodig is, mag uit het volgende blijken. De gemeente Leende voert thans op zijn briefpapier feitelijk het wapen van Heeze (afb. 7). Boom en ster vallen in het wapen van Leende buiten het schild en funktioneren als een soort schildhouder. Door het geheel nu weer in een schild re plaatsen ontstaat het wapen van Heeze. Afgezien van de onjuiste voorstelling die op deze manier wordt bereikt, zou het onderscheid alleen nog maar in de kleuren zitten. Door het ontbreken van de grafische kleuraanduiding via het gebruikelijke arceersysteem, voert Leende op zijn briefpapier feitelijk het gemeentewapen van Heeze. Wij geloven niet dat men in Heeze daar hard over zal vallen; een oude legende vertelt ons immers dat in Heeze "Willigen" (=bewilligen) wonen.

 

VLAGGEN

De aanleiding voor dit artikel is de vaststelling van een gemeentevlag door de Raad van Leende. Deze besloot op 8 februari jl., conform het advies van de Hoge Raad van Adel d.d. 21 januari 1974, om een vlag in te stellen van goudgele kleur met daarop drie effen rode hoorns, waarvan twee boven elkaar aan de broekzijde, te plaatsen in de diagonaallijn, halverwege het midden; naast deze twee hoorns ter halver hoogte een rode hoorn, te plaatsen in het midden der vlag. Een bijzonder mooie vlag, die naar onze smaak echter op een punt te kort schiet. De Hoge Raad van Adel heeft voorgesteld om "ter vereenvoudiging" effen rode hoorns te gebruiken. Blijkbaar is in dit advies alleen rekening gehouden met de praktische kant van de zaak. Voor de vlag zijn, in tegenstelling tot de gemeentewapens, de juiste kleuren gekozen evenwel met weglating van het wit, dat het zilverbeslag van de hoorns moer symboliseren. Heraldisch en historisch gezien zijn deze hoorns in de vlag van Leende niet op hun plaats en kunnen misschien zelfs aan een andere gemeente of familie behoren. Het wit op de vlag van Leende zou de herkenbaarheid er van ten goede komen. Dit zou dan weer stroken met de algemene richtlijnen van de Hoge Raad van Adel uit 1948. In dezelfde richtlijnen wordt ook gezegd, dat het in het algemeen niet wenselijk is om zegel- en wapenfiguren in een vlag op te nemen. Gezien het advies aan Leende worden deze richtlijnen blijkbaar niet (meer?) gehanteerd. Naar onze smaak verdient het voorkeur om wapenfiguren in een vlag, als ze worden gebruikt, juist weer te geven. De faktoren moeite en kosten die hierin een rol spelen, kunnen beter worden omzeild door de kleuren te symboliseren in een van de banen der vlag. Een bekende vlag waarin het wapen is weergegeven, is die van de provincie Limburg. Hierin is ook het blazoen Van Horne heraldisch opgenomen (afb. 8).

Ook in Heeze zijn in 1960 pogingen ondernomen om te komen tot vaststelling van een gemeentevlag. Op 3 november van dat jaar werd aan de Raad voorgesteld om een gemeentevlag in te stellen naar een ontwerp van K. Sierksma. De omschrijving van de vlag luidde: Van groen waarover een versmalde schuinbalk van geel, aan de broekingzijde vergezeld van een witte zespuntige ster; in het uitwaaiende gedeelte van een rode met wit gemonteerde jachthoorn (afb. 9).

Sierksma schreef bij deze vlag de volgende toelichting:

"In groen ziet men de boom verzinnebeeld, waaroverheen een balk van geel (de gouden grondkleur van het wapenschild) in schuine richting loopt, wijzende op de voormalige twee-eenheid Heeze en Leende. Het dichtst tegen de vlaggestok, aan de  zogenaamde broekingzijde van de vlag, is de ster geplaatst, voorkomende in het wapen als een algemeen symbool van het licht en van de moeder Gods in het bijzonder, die vanouds bij en onder bomen vereerd is geworden.

In het uitwaaiend gedeelte van de vlag is als pars—pro—toto een der hoorns geplaatst uit het wapen van het geslacht Horne, dat zo'n voorname rot speelde in de historie van onze gemeente. De vlag die zich duidelijk en karakteristiek onderscheidt van elke andere (een der belangrijkste eisen die men aan een vlag moet stellen), worde door u in uw besluit tot het instellen daarvan ..." etc.

De Raad van Heeze heeft toen besloten om in principe een gemeentevlag in te stellen maar zich nog niet uit te spreken over het ontwerp van Sierksma. Burgemeester Cox had bij de behandeling van dit onderwerp meegedeeld, dat hij kort voor de raadsvergadering kontakt had gehad met een deskundige die zich over het ontwerp in verbinding wilde stellen met de heer Sierksma (Eindhovens Dagblad 4 november 1960). Het principebesluit van de Raad is nooit meer aan de orde geweest en over het kontakt van de deskundige met Sierksma hebben we ook niets meer vernomen. Officieel heeft Heeze dus geen gemeentevlag. Gelukkig is het ontwerp toen niet aangenomen en men schreef aan de heer Sierksma er de voorkeur aan te geven eerst wapenwijziging aan re vragen. De eerste stappen zijn indertijd wel gezet, maar verder is het rond de vlag stil geworden. Met de kleuren van deze vlag kunnen we, met uitzondering van de ster, wel genoegen nemen. De schuinbalk hoort niet  in de vlag thuis en symboliseert geen twee-eenheid Heeze en Leende in een heerlijkheid die overigens drie dorpen telde. De motivering van de vlag door de ontwerper raakt kant noch wal. Ster en boom verklaren als tekens van Mariale verering, is in dir verband volledig ongegrond en niet meer dan een slag in de lucht.

Nu Leende gekozen heeft voor het wapen Van Home in de gemeentevlag, is deze mogelijkheid (in die vorm) voor Heeze weggevallen. Het komt mij voor dat we over de vlag van Heeze te zijner tijd maar eens een boom moeten opzetten (figuurlijk).

 

HERKOMST ILLUSTRATIES:

Afb. 1 Tijdschrift voor Noord-Brabantse Geschiedenis, taal en letterkunde, redaktie Aug. Sassen; pag.9; jrg. I ; nr. 2; 15 oktober 1883.

Afb. 2 Heemkronyk (Geldropnummer), III; nr. 4; 1964.

Afb. 3, 4 en 5 Nederlandsche gemeentewapens, door Mr. M.J. baron d'Ablaing van Giessenburg, Utrecht z.j. (± 1865).

Afb. 6 en 8 Wapens, vlaggen en zegels van Nederland, door T. van der Laars, Amsterdam 1913.

Afb. 7 Briefhoofd gemeente Leende.

Afb. 9 Eindhovens Dagblad, 2 november 1960.

Over aard en herkomst van de hoorns in het wapen Van Horne bestaan verschillende opvattingen; met betrekking tot dit onderwerp konden wij hieraan voorbijgaan. Voor belangstellenden verwijzen we naar: Mr. J.P.W.A. Smit, De Horen der Familie van Horne, in De Brabantse Leeuw, pag. 1-5; jrg. III; 1954 en F.J. van Ettro, De hoorns van Horne zijn geen posthoorns, in De Nederlandse Leeuw; pag. 1-4; jrg. LXXXVIII;  nr. 6;  juni 1970.

 

.