Heemkronijk jaar:1974, jaargang:13, nummer:3+4, blz.57

BOEKBESPREKING - DE BRABANTSE MOLENS

door: A.F.N.van Asten

ln opdracht van het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant is een paar maanden geleden bij de Uitgeverij Helmond te Helmond een Molenboek over Brabant verschenen met als titel "De Brabantse Molens".

Het zeer omvangrijke werk met meer dan 600 bladzijden tekst, verlucht met zeer veel foto's en tekeningen is samengesteld door de heer S.H.A.M. Zoetmulder, met bijdragen van nog een viertal personen.

Het boek handelt over alle nog rond 1973 bestaande molens in onze provincie en biedt naast een overzicht van al die molens tevens een uitvoerige beschrijving met zeer veel interessante bijzonderheden over de geschiedenis en de huidige toestand van al die ± 115 nog bestaande molens.

Het is keurig verzorgd, een pracht aanwinst voor de historie van Brabant op molengebied. We kunnen wel zeggen een standaardwerk voor de standaardmolen in het bijzonder en alle andere typen van molens die nog in onze provincie voorkomen.

ln dit boek staat ook een bijdrage van een Heezenaar en wel de heer P.H.J. Trouwen, oud-voorzitter van de R.K. Molenaarsbond "St. Victor" en oud-gemeenteraadslid.

Alhoewel afkomstig uit Nederweert waar de standerdmolen van zijn vader in de weg stond en opgeruimd moest worden om plaats te maken voor het te graven kanaal van Nederweert naar Wessem, is de heer Trouwen in de twintiger jaren naar Heeze gekomen en heeft er jaren, de van Driek van Asten gekochte windmolen aan de Leenderweg bij het station bemalen. Een molen die op de onderste zolder ook nog een koppel maalstenen heeft gehad om voor de Leendse leerlooiers: van Engelen, Simkens, Pompen enz. de eikenschors tot run te maken; de run die ze in hun looikuipen strooiden!

 

Tot voor een tiental jaren heeft Trouwen heel wat zakken meel op die molen aan de Leenderweg, door hem St. Victor genoemd, voor de boeren gemalen.

Op blz. 34 t/m 45 staat een door hem geschreven boeiend relaas te lezen over de werkzaamheden op een windmolen in de eerste helft van deze eeuw. Onder de titel "Op de molen" geeft Trouwen een uitvoerige en kleurrijke beschrijving van het dagelijks werk van een molenaar op zo'n molen bij goed en slecht weer, in zomer en winter. ’n Terzake kundige verhandeling waarbij de karige maallonen en het steeds terugkerende moeten scherp maken of scherpen van de maalstenen duidelijk uit de doeken wordt gedaan.

Voor de laatste oorlog herkende men trouwens de meeste molenaars alleen al aan hun handen. Bij het scherpen van de stenen sprongen er kleine stukjes van de geharde beitels of billen die dan als donkere kleine tikkeltjes onder de opperhuid van de hand bleven zitten.

Ook de strijd van de molenaars en hun bond, waarbij de heer Trouwen als voorzitter zo nauw betrokken is geweest, tegen de Boerenbond in Veghel als de grote konkurrent komt zeer duidelijk naar voren. We beleven veel genoegen aan dit molenboek. Bij de literatuurlijst aan het eind van het boek had voor Noord-Brabant ook onze Heemkronyk vermeld mogen worden, al was het alleen al om kennis te kunnen nemen wat ons oud-lid wijlen de heer C.J.A. van Helvoort, over molens had geschreven en wat hij aan dia's over watermolens bezat. Ook vinden we het erg jammer dat de heer S. Zoetmulder ons geen bronvermelding geeft van al zijn historische gegevens uit oude dokumenten, wetenschappelijk zou het werk er zeer veel bij gewonnen hebben en zou het mede voor specialisten en geschiedvorsers nog interessanter zijn geworden.