Heemkronijk jaar:1974, jaargang:13, nummer:3+4, blz.25 -28

Baron Willem van Haren en zijn testament te Heeze

door: A.F.N. van Asten.

Op 5 oktober 1753 verscheen voor de schepenen van Heeze-Leende de Hoog Welgeb. Heer Baron Willem van Haren, wegens de provincie Friesland gedeputeerde ter vergadering van de Hoog Mogende Heren Staten Generaal der Verenigde Nederlanden!

Hij liet aan die schepenen in Heeze een speciale procuratie of volmacht van Heer Pieter van Jongstal, koopman ten dienste der O.I. Compagnie te Batavia zien. Die lastgeving was op 25 oktober 1752 voor een notaris te Batavia gemaakt.

Heer Willem van Haren machtigt nu op zijn beurt een zekere Jacobus van der Veen, beurtschipper van 's-Gravenhage op Middelburg, om aan de Heren Bewindhebbers van de O.l.C. ter camer van Zeeland te verzoeken en verder van hen te ontvangen de som van 2441 gld. 7 st. 15 penn. als de voornoemde Pieter van Jongstal wegens verdiende gage deugdelijk te pretenderen heeft  (‘n vordering dus om zijn verdiende loon uitbetaald te krijgen).

Deze Willem van Haren was behalve gedeputeerde en ambassadeur sinds 1742 ook nog kwartierschout van Peelland; hij volgde toen als zodanig Balth. Repelaer op.

Willem bezat niet alleen in Friesland veel goederen, ook in St. Oedenrode, de oude hoofdplaats van het kwartier Peelland, had hij eigendommen.

Zo werd er het bekende kasteel Henkenshage in Sint Oedenrode in 1753 zijn eigendom, hij heeft er heel wat jaren gewoond al zal zijn ambassadeurschap hem dikwijls naar Brussel hebben geroepen. Bij al deze bestuursfunkties kon Willem ook nog zeer veel tijd vinden - getuige zijn omvangrijk werk - om als schrijver en vooral als dichter niet alleen heel wat werken uit te geven, maar bovendien er ook zeer bekend door te worden. Hij schreef dan ook in zijn bewogen leven enkele grote dichtwerken, waarbij naast "Friso" vooral "Het menschelijk leven" uit 1760 wel zijn bekendste genoemd mag worden. Het geheel is een weemoedige klaagzang waarin hij reeds van zijn leven boordevol met huwelijksmoeilijkheden, voorlopig afscheid schijnt te willen nemen.

In 1768 nam hij ook werkelijk afscheid. De schepenen van Rooi kregen op 9 juli een bericht uit Brussel dat kwartierschout Willem van Haren op 5 juli 1768 "seer subiet binnen Brussel" overleden was.

Willem van Haren moet zeker na 175O verschillende malen in Heeze zijn geweest; het is wel zeker dat hij dan aldaar op het kasteel verbleef en logeerde bij de filosoof en schrijver baron Paul Thiry d‘Holbach, een der voornaamste medewerkers aan de Encydopedie van Diderot die op zijn huwelijksdag 3 februari 1750, van zijn oom François Adam d'Holbach de Heerlijkheid Heeze-Leende en Zesgehuchten als bruidsgeschenk gekregen had. (2)

Dat er tussen deze Franse filosoof, sinds 1750 dus heer van een heerlijkheid in het kwartier Peelland en Willem van Haren vanaf 1752 kwartierschout van datzelfde Peelland, kontakten op bestuursgebied ontstonden is erg voor de hand liggend, temeer omdat Heeze-Leende een der voornaamste en invloedrijkste heerlijkheden uit dat kwartier was.

Doordat Willen in een Franse omgeving was opgevoed, zijn moeder was van Franse herkomst en het geslacht van Haren voor het helemaal Fries werd afkomstig was uit Maastricht, is het zeer begrijpelijk dat mede ook door zijn studie en de invloed die er van de nieuwe Franse ideeën uitging, bij Willem een warme belangstelling voor de Franse cultuur aanwezig was die door de komst van Paul Thiry d'Holbach naar Heeze nog meer aangewakkerd werd. Het is dus heel normaal dat Willem van Harens brieven bijna allen in die taal geschreven zijn. Van de 446 boekwerken die Willem bezat waren meer dan de helft ervan in de Franse taal. Zijn dichtwerk "Het menschelijk leven" bleek in Frankrijk zoveel succes te hebben dat ‘t zelfs tweemaal in die taal vertaald werd. De tweede maal was baron Paul Thiry d'Holbach uit Heeze zelfs de vertaler!

Van Haren onderhield betrekkingen met schrijvers uit de Franse letterkunde, zelfs Voltaire wijdde enkele gedichten aan hem.   (3) Willem was zoals zo vele Nederlanders in die XVIII-de eeuw sterk beïnvloed door de stellingen van de verlichting, het was zelfs mede een modeverschijnsel.

Een van Willems dochters Henriette Amélie vond het leuk om haar achternaam te verfransen door de letters ervan om te draaien en zich zo de Nérah te gaan noemen.   (4)

Willem was wat zijn geloof betreft van de ware religie! Dit blijkt uit zijn apart, zonderling en hier en daar wat duister testament dat hij in 1755 te Heeze heeft gemaakt.

Zo waren dan op 3 november 1755 Jonker Willem van Haren, kwartierschout en dijkgraaf van Peelland en gedeputeerde aan het hof van Brussel en zijn vrouw Mevrouw Marianna  Charles beiden in Heeze om er voor de schepenen hun testament te gaan maken. In dat testament verklaart Willem "te constitueeren tot zijne eenigen en universeelen erffgenaam desselfs huysvrouwe Marianna Charles in en tot alle zijne geen exempte goederen", behalve de goederen in St. Oedenrode, daarvan reserveert hij voor zich het erf- en tochtrecht zonder dat zijn vrouw daaraan enig deel zal hebben.

Na haar dood zullen de goederen in Friesland overgaan, aan zijn broer Jonker Onno Zwier van Haren   (5)  die ondermeer een zoon heeft eveneens Willem geheten. Indien nu deze laatste Willem eventueel geen zoon zou achterlaten of slechts een zoon die niet uitsluitend de naam Adam zou voeren, dan zouden in dat geval alle goederen gaan naar testateurs andere broer Jonker Jan Poppe Andre van Haren of naar diens zoon, als die zoon tenminste ook alleen de naam Adam zou dragen.

Is dat niet het geval, dan zal alles naar de volgende broer van Willem gaan; die volgende broer heette Jonker Duco van Haren. Laat deze Duco ook weer geen zoon na die alleen Adam zal heten, dan worden al de drie broers van Willem en hun zonen van alles beroofd en worden de goederen gesubstitueerd aan Wilhelmina van der Borgt, vrouw van luitenant Tisot de Patot voor de een helft en haar broer Adam van der Borgt voor de ander helft en na hen hun verdere afstammelingen.  (6)

De merkwaardige reden nu, waarom Willem van Haren aan die naam Adam zo de voorkeur geeft zonder dat er bij die naam Adam nog meer namen bijgevoegd zijn, verklaart Willem verder in zijn testament. Hierbij blijkt de politieke gezindheid van Willem wel heel erg duidelijk. Hij wil persé alleen iemand met de naam Adam als erfgenaam. Waarom?

Wel, hij zegt een uitgesproken voorkeur voor die naam Adam te hebben omdat in het jaar 1565 (= 1566) Jonker Adam van Haren, zijn grootvaders overgrootvader, een der geconfedereerde edelen is geweest die met Heer Hendrik van Brederode "het berugte request te Brussel aan de Aartshertogin hebben gepresenteerd en immediaet daerna om de waere gereformeerde religie sig het eerste van onse familie heeft begeven naar de republiek der Verenigde Nederlanden". 

Voorts belast ik mijn broeder en mede gesubstitueerde erfgenaam Jonker Onno Zwier en zijn aan hem gesubstitueerde zoon of zonen, dat ze jaarlijks zullen hebben uit te keren en betalen zodanige jaarlijkse huren na aftrek van allerlei lasten op de goederen gelegen op het Bild (in Friesland) van wijlen mijn grootvader de Heer Willem van Haren afkomstig en verder komen de revenuen aan Wilhelmina van der Borgt gehuwd met Heer Tisot de Patot, tegenwoordig luitenant in het regiment van Heer Envie en haar broer Adam van der Borgt, thans te Utrecht in de rechten studerend. Aldus dit testament te Heeze gemaakt op 3 nov. 1755; het was getekend W. van Haren en Mariane van Haren, née Charles en verder door twee schepenen met Paulus Eckringa als sekretaris. (ook 'n Fries en stadhouder in Peelland) Hiermee hebben we de voornaamste inhoud van dit aparte testament weergegeven. (8)

Ons verhaal over Willem van Haren en Heeze is echter nog niet volledig. In enkele schepenprotokollen van Heeze vonden we nog enkele gegevens die enigszins verband houden met de van Harens.

Zo stond er op14 nov.1757 een aantekening over Simon Tissot. In een in de Franse taal geschreven verklaring stond te lezen dat er in Geneve was geboren: Simon Tessot als gewettigde zoon van wijlen Antoine Tissot en Judith Joli. (9)

Verder vonden we dat een echtpaar Simon Johannes Tissot de Patot en Wilhelmina Frederica van Haren een dochter hadden die Doekje werd genoemd en die rond 1766 te St. Oedenrode was geboren en op 52-jarige leeftijd te Heeze op 30.8.1818 (GA-Heeze) overleed.

Deze Doekje Tissot van Patot maakte op 29.8.1790 voor de schepenen van Heeze met Hendrik Bock, rentmeester van de Heer van Heeze huwelijksvoorwaarden. (10).

't Was deze Hendrik Bock die als rentmeester in 1795 te Heeze de Roskam had verkocht.

Hendrik Bock en Doekje huwden op 30.8.1790 voor de schepenen van Heeze, Doekje woonde toen in Eindhoven. Hendrik was rond 1750-1752 te Budel geboren als zoon van Hendrik Bock en Joanna Bocx. Hendrik overleefde zijn vrouw slechts enkele dagen, hij overleed als rentenier te Heeze op 4.9.1818. Zijn buurman Arnoldus Scheepers, timmerman en 51 jaar was een der getuigen bij die overlijdensaangifte.

In 'n Somerens protocol vonden we dat Willem van Haren ook in 1754 te Heeze is geweest.

Op 28 oktober 1754 authoriseren de schepenen van Someren Jan Goort Gijben hun presidentschepen en Christoffel van Rooy de sekretaris der gemeente om voor hen te gaan naar Heeze en aldaar op dinsdag 29 oktober a.s. te compareren voor de Hoog Welgeb. Heer Willem van Haeren, hooftschout des quartiers van Peelandt om aldaar gehoord te worden over de verschillen tusschen ons dorp en Asten en Nederweert over de limietscheiding. (11)

Bronnen:

1. RA Heeze R 170; fol. 106; d.d. 5.10.1753.

2. Heemkronijk, 10de jaargang; nr. 1; Jan Aerts: "Francois Adam Baron d‘Holbach en zijn neef Paul Thiry Baron d'Holbach, Heren van Heeze-Leende en Zesgehuchten."

3. J. Vercruysse, "D'Holbach et Willem van Haren: lettres enédites", Revue d'histoire littéraire de la France (1968); LXVIII, 574 - 577.

- J. Vercruysse, "Willem van Harens betrekkingen met de Franse letterkunde"; overdruk uit Handelingen van het XXVIIe Vlaamse filologencongres, Bruxelles, 1969, p.p. 38-42.

- "Franse-Nederlandse betrekkingen in de 18de eeuw", deze voordracht werd gehouden door Dr. J. Vercruysse van de Vrije Universiteit te Brussel voor de "werkgroep 18de eeuw op 4 en 5 september 1970 in het "Maison Descartes" te Amsterdam.

Zie documentatieblad van Werkgroep 18de eeuw, nr. 11/12; juni 1971.

4. W. Heesters en dr. C.S.M. Rademaker: "Geschiedenis van Sint-Oedenrode". ‘n Zeer gedocumenteerd prachtwerk uit de reeks; Bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland, deel XXIV. (1972).

- W. van Rooy: "Sint Oedenrode, het dorp van Mgr. Bekkers". Dit populaire werkje over Rooi werd in 1968 te Asten bij Schriks‘ Drukkerij gedrukt.

5. Onno Zwier van Haren eveneens een bekend dichter en schrijver.

Hij was aan het hof van Willem IV en heeft heel wat intriges meegemaakt. In iedere encydopedie zijn gegevens over het geslacht van Haren te vinden.

Ik herinner me nog een spreuk van een der van Harens: "En leer op nietwes staet te maken hetgeen in eigen krachten is".

6. Substitueren of het recht van substitutie is in het erfrecht het aanwijzen van iemand als tweede erfgenaam op wie de erfenis bij gebreke van de eerst aangewezen erfgenaam zal overgaan; een ondererfstelling genoemd.

7. Prof. Dr. H. Brugmans: "Geschiedenis der Nederlanden", deel 3, De Tachtigjarige Oorlog.

Op 5 april 1566 reden 200 edelen naar het paleis van Margaretha van Parma te Brussel
alwaar toen Brederode het request aanbood.

8. RA Heeze R170; fol. 251 verso ev. ; d.d. 3.11.1755.

9. RA Heeze R171; fol. 177; d.d. 14.11.1757. De akte was van 24 feb. 1652.

10. RA Heeze R189; fol. 1 verso; d.d. 29.8.1790.

11. RA Someren R139; fol. 113; d.d. 28.10.1754.

Zie verder: Rijksarchief in Noord-Brabant - Inventaris van het archief van het Kwartier Peelland, 1574 - 1810; inventaris nr. 4, door L.M.Th.L. Hugtinx. (197O)