Heemkronijk jaar:1972, jaargang:11, nummer:4, blz.58 -59

EEN PARAPAGLIOLA UIT HEEZE

door: A.Jansen

ln het voorjaar van 1971 werd bij het kontroleren van enige grondwerkzaamheden bij de "Nieuwe Hoeven" te Heeze, door Jos Deeben uit Geldrop een munt een z.g. parapagliola gevonden. Na het voorzichtig verwijderen van wat vuil en aankorstingen werd het

ons duidelijk dat we hier te doen hadden met een Laat-Middeleeuwse munt (diameter 26,7 mm.). Daar wij niet beschikken over voldoende naslagwerken op dit gebied besloten we de munt ter determinatie en voor verdere reiniging op te sturen naar het "Koninklijk Kabinet van Munten, Penníngen en gesneden Stenen". Zeer bereidwillig werd de determinatie en reiniging uitgevoerd, waarvoor uiteraard onze welgemeende dank.

 

De munt bleek zoals reeds eerder is medegedeeld een z.g. parapagliola te zijn en wel van Savoye en naar alle waarschijnlijkheid geslagen onder hertog Filibert l (1482-1492); helaas is de hertogenaam niet volkomen duidelijk.

Van het randschrift van de munt die wij hierbij afbeelden kon het volgende ontcijferd worden:

Voorzijde: PHILIBERTVS DVX (bloem) SABAVDIE (vertaling: Filibert, hertog van Savoije). Afgebeeld is het wapen van Savoije in driepas.

Keerzijde: MARCHIO IN ITALIA PRINCEPS (vertaling: voornaamste markgraaf in ltalië). Hier vinden we een kruis in een vierpas afgebeeld.

Van deze keerzijde kunnen we zeggen dat deze veel beter bewaard is gebleven dan de voorzijde en is ons inziens een mooi voorbeeld van een Laat-Middeleeuwse munt.

Een ieder zal bij het bezien van de afbeelding het gaatje zijn opgevallen dat in deze munt geslagen blijkt te zijn. Het bleek dat de munt, althans de kern, van koper was; hierom zat oorspronkelijk een dun laagje zilver dat door het gebruik bijna geheel is afgesleten. We hebben dus hier tedoen met een z.g. "geplateerde" munt. Het gaatje kan dus uit de tijd zijn dat de munt in omloop was en zou er dus ingeslagen kunnen zijn omdat men de munt als minderwaardig erkende en deze dus weigerde. De Heer W.H.Th. Knippenberg meende evenwel dat de munt als amulet dienst kan hebben gedaan. Dit laatste lijkt ons gezien de plaats van het gaatje, als wel de voorstelling, niet onwaarschiinliik. Het definitieve antwoord zal echter wel nooit te geven zijn. (zie: Liselotte Hansmann und Lenz Kriss-Rettenbeck, “Amulet und Talisman", Munchen 1966).

Overigens hebben deze munten van Savoije een ruime verbreiding gekend en worden nog al eens in Nederlandse muntvondsten aangetroffen.