Heemkronijk jaar:2000, jaargang:39, nummer:3, pag:109 -115

DE HEEZER GEBOORTEAKTEN VAN DE BURGERLIJKE STAND, 1811-1913

door C.S. Smit

 

Hoewel volgens de nu geldende regels de geboorteakten van de burgerlijke stand tot 1900 openbaar zijn, kan men in het Streekarchief Regio Eindhoven (SARE) in Eindhoven de akten raadplegen van 1811 tot 1914.
In totaal zijn er in de periode 1811 tot en met 1913 bijna 5600 akten opgemaakt. Ook hier weer, net als bij de trouw- en overlijdensakten, overwegend invulformulieren, waar de ambtenaar de benodigde gegevens op kwijt moest kunnen.(1) Door de jaren heen wijzigde er nogal eens wat aan deze formulieren. De schrijfruimtes waren niet altijd royaal bemeten, zodat de schrijver geregeld over moest schakelen op een kriebelschrift, wat de duidelijkheid voor de onderzoeker niet ten goede komt. Ook de omvang van de te vermelden gegevens varieerde. 
In 1838 werd een formulier gebruikt waarop tevens het huisnummer waar het kind geboren was, werd genoteerd. Het is gebruikelijk dat niet opgenomen wordt in welk huis het desbetreffende gezin woonde.  

Men heeft er geen rekening mee gehouden dat er later zoveel onderzoek gedaan zou worden in deze documenten. Dit geldt trouwens voor veel ander archiefmateriaal.          
Bij de akten zitten eveneens akten van naamscorrectie en onder andere akten betreffende doodgeboren kinderen. Bovendien zijn in een aantal akten twee kinderen per akte, tweelingen, vermeld.

Ook in de geboorteakten komen we de nodige slordigheden tegen. Dat de akten serieus genomen werden, zien we in de akten van naamscorrectie. Klopte er iets niet, dan werd het via de rechter gecorrigeerd. Dit gebeurde wanneer bijvoorbeeld de desbetreffende persoon later ging trouwen en er een afschrift van de geboorteakte op tafel moest komen.

Zo werd in akte nummer 24 van het jaar 1814 de moeder van het aangegeven kind Hendrik van Bussel genoemd.

Burgemeester Deelen, die ook akten inschreef, had weinig schrijf-ervaring. De man had een hekel aan hoofdletters; bovendien gebruikte hij zijn eigen spelling van namen. In akte nummer 37 van het jaar 1836 schreef hij de voornaam "Augestienus"!

Via een akte van naamsverbetering, 1843, nummer 11, werd Adrianus omgesext tot Adriana.

Het jaar 1875 bevat twee akten met het nummer 17 en geen met het nummer 16.

In 1847, akte nummer 15, gaf Hertroij een kind aan terwijl een oom van het kind, "Hertrooijs", getuige was.

Een ander hoogstandje vonden we in een akte uit 1873. De aktedatum is 15 oktober, terwijl genoteerd staat dat het kind op de zestiende geboren is.

Voor we enige getallen gaan noemen, eerst wat bijzonderheden die we tegen kwamen. Zo vonden we in akte nummer 9 en nummer 45 van het jaar 1854 kinderen van één ouderpaar. De bijbehorende geboortedata waren 6 februari en 7 november.

In akte nummer 11 van 1879 worden twee secretarissen genoemd. Het waren Casper H.H. Folmer en Petrus Antonius Strijbosch. Ze woonden beiden in Heeze. In werkelijkheid was Folmer de secretaris van Geldrop; hij gaf op die dag de geboorte van een kind van hem aan. Strijbosch werd in dat jaar aangesteld in Heeze. Zijn voorganger, de waarnemend secretaris Folmer, was op 5 februari nog getuige bij een aangifte en op de zeventiende van die maand was Strijbosch, de nieuwe secretaris, getuige.

In januari 1880 gaven de twee molenaars van Heeze, Godefridus Wijffelaars en Josephus  L. Verbeek, een kind van hen aan; beide kinderen waren op dezelfde dag geboren, het ene om twee uur 's morgens, het andere om tien uur 's avonds.

In de marge van de geboorteakte van Hendrikus van Bussel in 1859, akte nummer 42, staat geschreven dat hij in 1889 tot Duitser genaturaliseerd is.

In 1895 werd de naam van de in 1895 geboren Herman Johan Eugenie Marie Vierdag, zoon van de Heezer huisarts, bij Koninklijk Besluit gewijzigd in Penasse Vierdag.

Een apart verhaal zijn de getuigen die we in de akten tegenkomen. Je zou gaan geloven dat de Heezer kleermakers hun werkplaats in het gemeentehuis hebben gehad. Maar liefst 478 keer trad een kleermaker als getuige op. De kroon werd wat dit betreft gespannen door Hendrikus van Gennip, die onder 287 geboorteakten van een kind zijn naam zette.

In 1910 kon een vader zijn kind niet aangeven "wegens vervullen van de Landweerplicht".

In 1811 werd er een tweeling van Jan van Asten en Antonetta Smulders ingeschreven. De twee getuigen, broers van de moeder, waren schrijnwerker in Parijs. De kinderen overleden kort daarna. Ook bij die gelegenheid treffen we de broers weer als getuigen aan.

Het kwam ook voor dat gemeenteraadsleden als getuigen optraden. We weten dat omdat zij als beroep of raadslid of wethouder opgaven. Die functie had natuurlijk meer aanzien voor de eenvoudige landbouwers.

Bijzonder is wel de aangifte van geboren kinderen op zondag. Zo werd op zondagavond om acht uur Johannes van Gerwen geboren; zijn vader kwam hem een uur later aangeven.

Een aparte categorie kinderen zijn de buitenechtelijke. In totaal werden 54 buitenechtelijke kinderen aangegeven. Hierbij komen we drie keer kinderen van dezelfde moeder tegen.

 

Van een zekere Geertrui Geutjens werden er zelfs vijf kinderen vaderloos aangegeven. Eén van haar kinderen, een meisje, huwde met de gepensioneerde militair, later tolpachter, Servaas Witsiers. Een zoon van deze Witsiers, Herman, was kapper in Heeze. Van Geertrui Geutjens is bekend dat de 'buitenechtelijke kinderen' die ze kreeg, niet de eerste kinderen van haar waren. We vonden in het bevolkingsregister van Heeze dat ze op huisnummer 213 woonde bij Adam van Exel. Bij haar woonde in 1826 ook de zestienjarige Anna Maria de Wil die, na onderzoek, een dochter van haar bleek te zijn. In de geboorteakte van Anne Marie wordt de moeder Hendrina genoemd, evenals in haar trouwakte uit 1837. In deze trouwakte vonden we meer bijzonderheden over Geertrui en haar man, Adriaan de Wil. Adriaan was in 1811 ingelijfd in de Franse Armée; hij was dus nog in leven, veronderstelde men! Een vreemde geschiedenis, of juist niet?!  Was Van Exel de vader van de vijf kinderen van Geertrui? Bij de doop van Joannes Gutjens in 1820 werd hij inderdaad als vader opgetekend.

In de overlijdensakte van Geertrui uit 1860 wordt zij als vrouw van Adriaan de Wil genoteerd. Men heeft dus nooit meer iets vernomen van Adriaan de Wil, veronderstellen we.

Het vermoeden bestaat dat Geertrui een zus was van de meer bekende Heezenaar Jan Gutjens. Deze was onder anderen locoburge-meester. Een zoon van hem was getuige bij het huwelijk van zijn nichtje Hendrina de Wil.

Het is vaak de vroedmeester die het kind van een ongehuwde moeder aangeeft. Het kind van Adriana Cuyten, in maart 1864 geboren, werd door de grootmoeder van het kind aangegeven.

Een aantal van deze kinderen is later geëcht. Dit feit wordt altijd in de marge van de geboorteakte bijgeschreven. Bij akte nummer 16 van het jaar 1842 staat in de kantlijn dat Hermanus Doorduijn de vader van het kind van Willemina van Rhijn was. De vader heeft de geboorte ook aangegeven.

Toen er in 1838 een kind aangegeven moest worden van een patiënt van ds. Kremer, de gepensioneerde soldaat Petrus Holl, traden als getuigen twee lotgenoten van hem op. Zij konden echter wegens blindheid de akte niet ondertekenen.

De tweeling van Hendrik Bosmans, in 1865 geboren, werd aangemeld door de baker Martina Nijssen. In 1863 werd er gewerkt aan een weg in Heeze. Van een zekere Quithoven, tolpachter, werd toen een kind ingeschreven. Getuigen waren de wegwerkers Slenders en Peijnenburg.

Uit een aantal akten is na te gaan hoe familienamen zijn ontstaan. 'Ver Est' (betekent 'van Est') werd 'Verest'. Ook wordt 'Verhest' geschreven. 'Ver Berne' (= van Berne) werd 'Verberne'.

Het gemiddelde aantal akten per jaar bedraagt 60. Het jaar met de meeste akten - 76 - is 1814 en met de minste - 41 stuks - is 1893. Over al die jaren komt er slechts een lichte stijging voor van het gemiddelde aantal geboorten in Heeze, ondanks het toenemend getal der inwoners.

In totaal tellen we 74 tweelingen. Hiervan werden er 3 in het jaar 1814 en ook 3 in het jaar 1880 geboren. De rest is vrij regelmatig over de gehele periode verdeeld.

Eén keer komen we tegen dat de kinderen van één tweeling niet kort na elkaar werden geboren. Het betrof die van lintwever Cornelis Mettes en Maria Verspeek. Een van beide kinderen zag op 18 december 1877 het levenslicht, het andere twee dagen later.

We zijn nagegaan hoeveel verschillende familienamen er in totaal gebruikt worden voor borelingen. We komen tot een getal van 597. Een getal dat sterk bepaald wordt door de slordigheden van de ambtenaar. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: Snoeijen, ook geschreven 'Snoijen', 'Snoeien' en 'Snoejen'; Vreijsen, ook geschreven 'Vreijssen', 'Vrijsen' en 'Vreijssen'.

De meest voorkomende namen laten we hier volgen. Het betreft de familienamen van de borelingen:

Scheepers 152                   Van Bussel 112

Van den Hurk 151               Van Asten 110

Van Gennip 133                   Van Bree 99

Deelen 116                           Smulders 96.

Wat de voornamen aangaat komen we op een aantal van 364. Ook hier echter veel varianten op één basisnaam:

Johannes             15,0 %

Hendrikus             9,3 %

Maria                     6,3 %

Petrus                    5,4 %.

Een paar mooie voorbeelden willen we noemen.

De Heezer marechaussee Sijbrand Droog had er vast en zeker op gerekend dat hij in 1887 een zoon zou krijgen, die naar hem vernoemd moest  worden. Helaas werd het een meisje. Geen probleem, dan noemen we haar Sijbrandina. Een soortgelijk geval komen we tegen in het gezin van de belastingontvanger Van Beusekom. De ouders gaven een dochter de naam Hugolina.

Bekend zijn de exotische namen die de Heezer smid Fredrik van Gennip aan een zoon gaf: "Pantaleon Petrus Prosper". Het waren namen die via de moeder, Maria Elisabeth van Moorsel, in de familie Van Gennip terecht zijn gekomen.

Trouwens, het aantal jongens dat geboren is (50,8%), is een fractie groter dan het aantal meisjes.

Het is gebruikelijk doodgeboren kinderen in overlijdensakten op te nemen. Toch kwamen we zesmaal tegen dat ze als boreling werden aangegeven.

Iets over de leeftijden van de ouders.

De gemiddelde leeftijd van de vaders bedroeg 37 jaar en van de moeders 34 jaar. Niet altijd werden de leeftijden opgegeven. In de berekening zijn alleen de akten opgenomen waarin dit wel vermeld stond. De jongste vader die we tegenkwamen was 20 jaar, 17 jaar was de jongste moeder.

De oudste vader was 70 jaar. Voor moeders vonden we driemaal 49 jaar. Verder zevenmaal 48 jaar en driemaal 47 jaar.

Het lijken wat saaie documenten, de akten van de burgerlijke stand, maar het totaal overziend kunnen we zeggen dat ze een schat aan allerhande gegevens bevatten.

 

NOOT   

1           Aan dit artikel over de Heezer geboorteakten heb ik twee andere over akten van de burgerlijke stand in Heeze laten voorafgegaan. 'De burgerlijke huwelijken in Heeze, 1811-1918' is          verschenen in Heemkronyk, jrg. 32 (1993), nr. 4, blz. 181-187.  'De Heezer overlijdensakten, 1811-1930' is verschenen in Heemkronyk, jrg. 36 (1997), nr. 1, blz. 37-41.