HEEZER lNDUSTRlE HONDERD JAAR

Heemkronijk jaar:1965, jaargang:4, nummer:5, blz.8 -10

HEEZER lNDUSTRlE HONDERD JAAR

door: J.Aerts

Het eeuwfeest van Vullinghs' Band-, Veter- en Elastiekindustríe N.V. heeft op 17 september een bijzonder hoogtepunt gekregen in de verlening van het predikaat Koninklijk aan deze oudste Heezer industrie. Burgemeester A.M.C.M. van Agt kon dit heuglijke feit aan de directie meedelen getooid met de fraaie nieuwe ambtsketen, die het bedrijf bij gelegenheid van het jubileum aan de gemeente heeft aangeboden. Bovendien klonk deze mededeling door de nieuwe geluidsinstallatie van de Heezer raadzaal, die eveneens geschonken werd door Vullinghs. Geschenken van blijvende waarde, die zoals trouwens ook het gedenkboek "Een eeuw aan banden", dat in opdracht van Vullinghs door Max Dendermonde werd geschreven en geillustreerd met foto's van Cas Oorthuis. De schrijver verhaalt op prettige wijze de historie van het bedrijf, en hij doet dat in een "wereldwijd kader", zodat de nu Koninklijke Vullinghs Fabrieken steeds in hun groei en bloei worden geplaatst in het tijdgebeuren. Een boeiend relaas van de opkomst van een plattelandsindustrie in ons heem.

Een wat meer op plaatselijke toestanden afgestemde zienswijze over de opkomst van het jubilerende bedrijf geven wij u hieronder. We hebben ons afgevraagd, hoe Johannes Vullinghs, molenmaker uit Boekel, in Heeze terecht kon komen, en er nog een antwoord op gevonden ook.

In 1850 of iets later misschien moet de molen van Heeze zodanig in het ongerede zijn geraakt, dat de komst van een molenmaker noodzakelijk was. Men heeft toen -zo veronderstellen we- Petrus Vullinghs, molenmaker te Boekel naar Heeze geroepen om de molen te repareren. Het zal wel een heel karwei zijn geweest -mogelijk is er in het kasteelarchief iets over te vinden- dat niet maar in een dag geklaard kon worden.

Petrus Vullinghs, die vergezeld was van zijn beide zonen, Johannes en Peter Reinier, ging 's avonds niet naar huis maar bleef in Heeze overnachten. We redeneren alleen maar logisch, want bewijzen hebben we niet, en dat geldt zeker ook voor het volgende. Ze bleven bijna vanzelfsprekend overnachten in een boerderij zo dicht mogelijk bij de molen gelegen. Dat was de "Koperen Knop", een oude maar welvarende boerderij, die stond op de plaats waar nu het eerste huis over de spoorweg in de Schoolstraat staat. Vader Vullinghs en zijn zonen konden deze boerderij van boven uit de molen over de brede kruin van de geweldige "Kruiseik" heen zien liggen. 

Daar bij Godefridus Verhagen, die er toen woonde met zijn drie dochters, hebben zij gastvrijheid gevonden. De 20-jarige dochter Antonet Verhagen heeft er de 22-jarige Johannes Vullinghs ontmoet. Op 19 november 1853 trouwden ze. Onder de getuigen is dan J.Smulders, molenaar te Heeze. Een andere getuige is de 26-jarige Heezer landbouwer, Hendrikus Deelen, gehuwd met een zuster van Antonet Verhagen, Johanna Deelen, is in 1853 raadslid geworden en het jaar daarop wethouder, wat hij zou blijven tot 1890.

Een dochter van Deelen huwde met P.Strijbosch, eerst secretaris en later burgemeester van Heeze.

Wilhelmina Verhagen, een andere zuster van Antonet huwde met Wilhelmus Smulders, mogelijk een broer van de al genoemde molenaar. Uit dit huwelijk werden acht dochters en een zoon geboren. De dochters werden alle mutsenmaakster. Een foto van de acht gezusters is te vinden in de Katholieke Illustratie van 8 september 1926.

Van J.Vullinghs weten we, dat hij op 1 februari 1855 van de dames Van Moorsel, zusters van de bekende gemeentesecretaris-kronijkschrijver, een pand koopt dat gelegen was op de plaats waar thans het kantoorgebouw van Vullinghs staat. Daarnaast (thans kantine) stond het secretarishuis, waarvan we een afbeelding vinden in de Kronijk van Heeze. Naast het secretarishuis stond de hervormde pastorie met daarachter de “oogziekenzaal" - ook wel bekend als "De Nachtegaal" - waar ds. Kremer zijn oogpatiënten verpleegde.

Pastorie en oogziekenzaal staan er nu nog. Dit gedeelte van de huidige Kapelstraat kennen we uit de Kronijk van Heeze ook als de "Ketsheuvel".  J.Vullinghs begon er in 1865 zijn "lintfabriek". Het is niet uitgesloten, dat Vullinghs de kunst van weven heeft afgekeken in een al bestaande bandweverij op Strabrecht. In 1855 waren de kinderen Diemont en Ferdinand Ponsgen daar een weverij van lint en band begonnen. Dit bedrijf, dat zich de fa. Fera Ponsgen en Cie. noemde, zal zeer waarschijnlijk wel in de Vullinghsfabriek zijn opgegaan.

Op 30 september 1873 koopt de Heezer gemeentesecretaris A.Ph.J.Vossen deze firma, maar gaat binnen enkele jaren failliet (Vossen werd als gemeentesecretaris ontslagen wegens fraude en vergaande dronkenschap). Het bedrijf van Vossen wordt gekocht door J .F.Pompen, grondeigenaar te Sterksel, Joh.Vullinghs en wethouder Hendrikus Deelen. J.Vullinghs was vanaf 1885 raadslid en werd in 1896 tevens wethouder, hij overleed in 1900.

 

Ga terug