De inhoud van vijftig jaargangen van de Heemkronyk

Heemkronijk jaar:2011, jaargang:50, nummer:3, pag:54 -64

DE INHOUD VAN VIJFTIG JAARGANGEN VAN DE HEEMKRONYK

door: Klaasje Douma

Ongeveer 810 titels

In dit artikel kijken we terug op bijna vijftig jaargangen van ons blad de Heemkronyk. Tot en met de vorige aflevering (juni 2011, jaargang 50, aflevering 2) zijn in die jaren ongeveer 890 artikelen verschenen. (1) Een aantal van die 890 artikelen bestaat uit meerdere afleveringen. Zo zijn er 23 artikelen van twee afleveringen verschenen, 7 artikelen van drie afleveringen, 2 artikelen van vier afleveringen, 3 artikelen van vijf afleveringen, 1 artikel van zes afleveringen, 2 van zeven en 1van negen afleveringen. Gedurende de gehele verschijningsduur zijn er artikelen bestaande uit meerdere afleveringen verschenen, maar de artikelen van zeven en negen afleveringen verschenen allen na 2001.

In totaal hebben dus ongeveer 810 verschillende titels het licht gezien. Sommige betreffen één totale speciale aflevering en andere titels maken deel uit van een speciaal nummer. Het eerste geldt voor zeven afleveringen die als enkele titel zijn meegeteld. (2)

Vijf nummers bestaan uit meerdere meer titels. (3)

 

De auteurs

Behalve de redactie en een aantal werkgroepen, hebben in de loop der jaren 165 auteurs meegeschreven aan de Heemkronyk.

Eén auteur (A.F.N. van Asten) schreef meer dan zestig artikelen, terwijl drie auteurs (Jan Aerts, Carel Smit en Sjaak de Waal) elk voor tussen de vijftig en zestig artikelen zorg droegen. (4) Guusje Veldhuizen schreef zo’n veertig artikelen terwijl vier auteurs (A. van Oirschot, C.J.A. van Helvoort, F.W. Smulders en A.G.W.G. van Asten) tussen de twintig en dertig artikelen verzorgden en tien auteurs tussen de tien en twintig artikelen. Van de hand van 15 auteurs verschenen tussen de vijf en tien artikelen, van 13 auteurs drie of vier en van 21 auteurs twee artikelen. Daarnaast schreven 97 auteurs slechts één artikel. Als we de artikelen van meerdere afleveringen onder de loep nemen, dan zien we dat achttien auteurs één of meerdere artikelen van twee afleveringen schreven. Van hen schreven er twee (C.J.A. van Helvoort en A.F.N. van Asten) ook een artikel van vijf afleveringen en twee (Carel Smit en Sjaak de Waal) één of meer artikelen van drie afleveringen. Nog vier andere auteurs plus de redactie publiceerden een artikel van drie afleveringen, terwijl twee auteurs (Gerard Engels en G.J.A. Manders) een artikel van vier afleveringen het licht deden zien. Behalve van de eerder genoemden is er ook van kapelaan Brands een artikel van vijf afleveringen verschenen. Eén auteur (J. Paans) schreef een artikel van zes afleveringen, één auteur (Nick van Broekhoven) een artikel van negen afleveringen en één auteur (Klaasje Douma) ten slotte twee artikelen van zeven afleveringen.

 

De plaatsen

We kunnen ons afvragen welke onderwerpen in al deze artikelen de revue passeren. Deze vraag heb ik op twee manieren beantwoord.

Ten eerste heb ik gekeken welke plaatsen in de verschillende artikelen een rol spelen. Daarbij heb ik onderscheid gemaakt tussen artikelen waarin één plaats figureert, artikelen die handelen over meerdere plaatsen en/of het hele heemgebied en artikelen die niet over (een) specifieke plaats(en) handelen of over plaatsen buiten ons heemgebied. Van alle tot nu toe verschenen artikelen valt zo’n 9% in de laatste categorie. Dit percentage schommelt door de tijd. (5) Vooral in de periode 1972-1981 en 1992-2001 verschenen er relatief veel artikelen in deze categorie terwijl vanaf 2002 bijna alle artikelen één of meerdere plaatsen in ons heemgebied tot onderwerp hebben.

Van de artikelen die handelen over ons heemgebied gaat 84% over slechts één plaats en 16% over meerdere plaatsen. Gedurende de verschijningsduur van de Heemkronyk treden in deze verdeling geen grote schommelingen op. Tot en met 1981 is de verdeling 81% en 19%, in de periode 1982-1991 90% en 10%, in de periode 1992-2001 86% en 14% en daarna 84% en 16%. In de artikelen uit de eerste twintig jaar ligt dus relatief de meeste nadruk op meer dan één plaats, daarna verschuift de focus naar één plaats. In 94% van de artikelen die handelen over meerdere plaatsen komt Heeze voor en in 93% Leende. (6)  Deze twee plaatsen spelen met afstand de belangrijkste rol. Geldrop figureert in 42% van de artikelen, Zesgehuchten in 28% en Sterksel in 22%. De hoge percentages voor Heeze en Leende worden vooral veroorzaakt door de eerste twintig jaargangen, terwijl het aandeel van Geldrop in de loop der jaren steeds verder toeneemt.

Heeze neemt met afstand de meest prominente plaats in bij de artikelen die handelen over één plaats. In 40% van deze artikelen gaat het om deze plaats. Daarna volgen Leende met 28% en Geldrop met 20%. De rij wordt gesloten door Sterksel met 7% en Zesgehuchten met 5%. Deze prominente plaats heeft Heeze vooral te danken aan de eerste dertig jaargangen, daarna zakt het aandeel van Heeze. Daardoor neemt Leende in de laatste tien jaargangen de belangrijkste plaats in. Het aandeel van Geldrop neemt gedurende de eerste dertig jaargangen steeds meer toe, waarna een kleine terugval volgt tot het gemiddelde niveau. Sterksel krijgt relatief de meeste aandacht in de perioden 1972-1981 en 1992-2011 en Zesgehuchten in de periode 1972-1981. Nemen we tenslotte alle artikelen die handelen over ons heemgebied samen, dan komt Heeze in bijna de helft voor (48%), Leende in 38%, Geldrop in 23% en Sterksel en Zesgehuchten in 9%.

 

De onderwerpen

We kunnen de artikelen behalve op basis van plaats ook onderverdelen aan de hand van het onderwerp. Hierbij heb ik mij gebaseerd op de verdeling zoals die is gebruikt bij het maken van het Register op het tijdschrift Heemkronyk in 1992. (7) Bij het maken van dit register hebben de samenstellers de artikelen onderverdeeld in 24 verschillende categorieën. (8) Sommige categorieën kennen weer een aantal subcategorieën zoals bijvoorbeeld de categorieën ‘cultuurgeschiedenis’, ‘economische geschiedenis’ en ‘geschiedenis’. (9)

Verschillende artikelen passen in meer dan één categorie en in het register zijn die dan ook meer keren opgenomen. Ik heb bij de verdeling van de artikelen over de verschillende categorieën steeds gekozen voor één categorie, en wel die categorie waarin het betreffende artikel naar mijn mening het best past. Ook heb ik geen gebruik gemaakt van de verschillende subcategorieën.

De categorie met de meeste artikelen is ‘cultuurgeschiedenis’ (22%), gevolgd door ‘geschiedenis’ (17%), ‘economische geschiedenis’ (12%) en ‘sociale geschiedenis’ (6%). De categorieën waarin 5% van de artikelen valt zijn: ‘taal- en letterkunde’, ‘kerkgeschiedenis’ en ‘genealogie’. Daarna volgen ‘naamkunde’ (4%) en ‘archeologie’ en ‘delicten en overtredingen’ met elk 3%. In de overige categorieën is 2% of minder van de artikelen opgenomen.

Als we de totale verschijningsduur opdelen in clusters van tien jaargangen, dan blijkt dat tussen de acht en elf categorieën (gemiddeld tien) meer dan drie procent van de artikelen bevatten. In deze categorieën zijn in totaal tussen de 85% en 90% (gemiddeld 88%) van de artikelen opgenomen. De spreiding van en over de verschillende categorieën is in aantallen gezien dus niet erg veranderd. Wel zijn sommige categorieën in de loop der tijd meer of minder belangrijk geworden. De categorieën ‘cultuurgeschiedenis’ en ‘geschiedenis’ zijn gedurende de totale verschijningsduur de belangrijkste categorieën behalve in de periode 1962-1972 als de categorie ‘economische geschiedenis’ een iets groter aandeel heeft. Deze laatste categorie wordt in de loop der jaren steeds minder belangrijk, evenals de categorieën ‘taal- en letterkunde’ en ‘sociale geschiedenis’. Artikelen in de categorie ‘genealogie’ vormen in elke periode drie procent of meer van de artikelen.Voor de overige hiervoor genoemde categorieën geldt dat niet.

 

Er zijn ook categorieën die gezien over de hele verschijningsduur niet minstens drie procent van de artikelen bevatten, maar waarvoor dat in een bepaalde periode wel geldt. In de periode 1962-1972 is dat het geval bij de categorieën ‘geografie’, ‘wapen- en vlaggenkunde’ en ‘volkskunde’. In de periode 1982-1991 bevatten de categorieën ‘historische voorwerpen’ en ‘krijgsgeschiedenis’ meer dan drie procent van de artikelen en in de periode 1992-2001 geldt dat voor ‘rechtsgeschiedenis’.

Vanaf 2001 tenslotte behoren ‘krijgsgeschiedenis’, ‘bibliografie’ en ‘flora en fauna’ tot de belangrijke categorieën.

Voor een aantal categorieën geldt dat er niet gedurende de hele verschijningsduur artikelen over onderwerpen uit deze categorieën verschenen zijn. In de categorieën ‘heemkundekring’ en ‘bibliografie’ verschijnen vanaf 1972 artikelen en in de categorieën ‘historische voorwerpen’ en ‘krijgsgeschiedenis’ vanaf 1982. Voor de categorie ‘bevolking’ geldt dat er alleen in de perioden 1962-1972 en 1982-1991 artikelen over dit onderwerp geschreven zijn en voor de categorie ‘geografie’ geldt dat voor de perioden 1962-1972 en 1992-2001. De categorieën ‘bouwkunde’, ‘geologie’ en ‘rampen en ongevallen’ komen vanaf 1982 niet meer voor en de categorie ‘volkskunde’ niet meer vanaf 1992.

Wat kunnen we op basis van deze cijfers zeggen over de inhoud van de Heemkronyk?

Ten eerste is de belangrijke plaats van artikelen die de geschiedenis in enigerlei vorm tot onderwerp hebben niet verrassend. Wel is het zo dat in de loop van de tijd de economische en sociale geschiedenis minder belangrijk worden en de nadruk meer komt te liggen op de algemene en vooral de cultuurgeschiedenis.

Het valt ook te verwachten dat artikelen over dialecten en (plaatselijke) verhalen (de categorie ‘taal- en letterkunde’) en genealogie veelvuldig verschijnen in een heemkundeperiodiek. Een typisch ‘heemkundige’ categorie als ‘taal- en letterkunde’ wordt in de loop der jaren wel minder belangrijk. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld ‘bevolking’, ‘volkskunde’ en ‘wapen- en vlaggenkunde’. In de derde plaats geldt dat ook heemkundige categorieën als ‘archeologie’ en ‘naamkunde’ behoren tot de top-tien. De categorieën kerkgeschiedenis’ en ‘delicten en overtredingen’ zijn een uitvloeisel van een ‘heemkundige’ kernactiviteit, namelijk archiefonderzoek. Daarnaast zijn de artikelen in deze categorieën waarschijnlijk ook verschenen als gevolg van de persoonlijke belangstelling van de auteurs. Kijken we ten slotte naar de verschuivingen tussen categorieën, dan zien we dat tegenover de hiervoor al genoemde verdwijning van sommige ‘heemkundige’ categorieën de komst van andere categorieën staat. Er verschijnen artikelen over ‘historische voorwerpen’ en in de categorie ‘krijgsgeschiedenis’. Tevens gaan boekbesprekingen (de categorie ‘bibliografie’) deel uitmaken van de Heemkronyk.

 

Genealogie en taal- en letterkunde

Aan het einde van dit artikel kijken we in meer detail naar de top-zes categorieën, te beginnen met ‘genealogie’. Een aantal artikelen over genealogische onderwerpen handelt over een familie of geslacht of neemt een persoon als uitgangspunt. Voorbeelden van het eerste zijn ‘Genealogie Beels’, ‘’t Geslacht Pompen in Leende en Sterksel’, ‘Genealogie Pompen’ en ‘Het geslacht Van Litsenburg in Heeze en Leende’ (10) en van het tweede ‘Roelof Verbraecken uit Leende’, ‘Michiel Roelofsen van Leende’ en ‘De voorzaten van Mgr. J. Bluyssen’. (11) Vaak kozen auteurs echter een andere insteek, zoals bijvoorbeeld in ‘Huwelijk te Heeze in 1664’ en ‘De maker van het rouwbord in de Heezer kapel’. (12)

In de categorie ‘taal- en letterkunde’ zijn in de eerste periode (1962-1972) een aantal artikelen over dialecten verschenen, zoals ‘Eigen dialect’ en ‘Kepittelstukskes up ze plat Linds’, (13) en over gezegden en uitdrukkingen, zoals ‘Over Brabantse spot- en scheldnamen’ en ‘Een paar weerspreuken voor september en oktober’. (14)

Daarna zijn de artikelen in deze categorie vrijwel uitsluitend gewijd aan verhalen, zoals bijvoorbeeld ‘Mi de bijn op toffel’, ‘Hendrik de zondaar’, ‘Sinterklaas in vroeger dagen’ en ‘Het dwalende spook’. (15)

 

Sociale geschiedenis

Van de 44 artikelen in de categorie ‘sociale geschiedenis’ zijn er vijftien verschenen over groepen, veertien over zieken- en armenzorg, dertien over ontspanning, sport en spel en twee over sociale omstandigheden. In de periode 1962-1972 ligt de nadruk op groepen, in de periode 1972-1981 op ontspanning, sport en spel, in de periode 1982-1991 op zieken- en armenzorg en vanaf 1992 weer op groepen.

De artikelen over groepen gaan voor het overgrote deel over gilden, zoals bijvoorbeeld ‘Onze Noord-Brabantse schuttersgilden’, ‘Het gildezilver van Leenderstrijp’, ‘Het St. Jorisgilde van Zesgehuchten’, ‘Schuttersfeest te Geldrop’ en ‘Beschikking van Philips II op verzoek van gildebroeders uit Heeze in 1596’. (16) Artikelen over andere groepen zijn bijvoorbeeld ‘75 Jaar geleden: Heezer arbeidersorganisatie van start’ en ‘De Rooms-Katholieke Volksuniversiteit van Heeze, 1948-1955. Doel: waarheid, goedheid of schoonheid’. (17) Bij artikelen over zieken- en armenzorg moeten we denken aan bijvoorbeeld ‘Hulp aan armen in Geldrop 350 jaar geleden’, ‘Engelse chirurgijn te Heeze in 1666’, ‘De ogendominee’, ‘Doortje van den Konijnenberg. De laatste baker van Heeze’ en ‘Tot verzachting van hun lot’. (18)

Artikelen over ontspanning, sport en spel gaan in de eerste jaren vooral over volksspelen met titels als ‘Beugelen in Heeze’, ‘Oude volksspelen’ en ‘Carnaval’. (19) Daarna figureren bijvoorbeeld de klokken van het stadhuis te Eindhoven in ‘Beiaardklanken in de loop der eeuwen van het stadhuis te Eindhoven’ en de Brabantse Dag in ‘Feestelijke vernieuwing en de Brabantse Dag’ en ‘De Brabantse Dag, evenement of monument?’ in artikelen. (20) De twee artikelen over sociale omstandigheden zijn een artikel in de reeks ‘Uit de archiefkist’ en ‘Helmondse herinneringen aan de werkverschaffing in Leende’. (21)

 

Economische geschiedenis

In de categorie ‘economische geschiedenis’ verschenen 95 artikelen. De meeste hebben betrekking op de nijverheid (20%) en beroepen (16%). Voorbeelden van artikelen over de nijverheid zijn ‘Heezer industrie honderd jaar’, ‘De H. Ambrosius in Geldrop’, ‘Het voorspel ener Zesgehuchtense windvolmolen’, ‘Textielarbeiders tegen mechanisering: een machineoproer in Geldrop in 1833’, ‘Het is een gelukkig brouwer die een goede giststam heeft’, ‘Een predikant aan de basis van de bandindustrie te Heeze’ en ‘Geschiedenis van Peijnenburg's Koekfabrieken te Geldrop’. (22)  Over beroepen kunnen we lezen in artikelen zoals ‘De vogelzang in Leende’, ‘Dorpschirurgijn - Belastingontvanger - Goochelaar. Wie was Gerardus Johannes Ernou ?’, ‘Pligten van de custeresse’, ‘De archivaris en zijn werk’, ‘De Bogenmaker’ en ‘De echte ambachtelijke timmerman en meubelmaker’. (23)

Over belastingen en kadaster en in-, verkoop en pacht verschenen evenveel artikelen (15%). Voorbeelden van het eerste zijn ‘’t Weggeld in Geldrop’, ‘Tienden in Zesgehuchten’, ‘De herwaardering van de belastbare opbrengst der ongebouwde eigendommen te Heeze in 1890’, ‘De eed uit het leenboek van 1594 van Maria van Horn, Vrouwe van Heeze, Leende en Zesgehuchten en de Middegaelhoeve te Heeze uit dit leenboek’, ‘”Geheel anders als eenige andere plaetsen in de Meijerije”: over de reële omslagen van Heeze en Leende in 1700’ (24) en van het tweede ‘Rente uit de heerlijkheid’, ‘Kapelmeesters van Riel’, ‘Steircxsel 1445’, ‘Brouwnering in Heeze’ en ‘Leende – Londen 1716’. (25)

Dertien procent van de artikelen uit de categorie ‘economische geschiedenis’ handelt over verkeer en vervoer, zoals bijvoorbeeld ‘Wegen tussen Eindhoven en Helmond in de vorige eeuw’, ‘De eerste postdienst te Heeze werd opgericht in 1840’, ‘Schoone feestelijkheden om de opening lijn Eindhoven-Weert 1913’ en ‘Spoorlijnen in Geldrop’ (26) en negen procent over testamenten en inboedels, zoals bijvoorbeeld ‘Testament van juffrouw Helena de Hornes’, ‘Het testament van Dielis Smolders en Margareta Beck, Heeze 1508’ en ‘Het testament van Tielemanus Maas’. (27) Een klein aantal artikelen tenslotte gaat over landbouw (7%) en handel (5%). Voorbeelden hiervan zijn ‘Vrydaeghs voor alre Postelsdach inde hoymaent 1377’, ‘De rundveestapel van de kasteelboerderij in 1805’ en ‘De os op een voetstuk’ (28), respectievelijk ‘Halfvastenmarkt in Leende’ en ‘De graan-, boter- en aardappelprijzen op de weekmarkt te Eindhoven in de 19e eeuw’. (29)

We hebben hiervoor gezien dat het aandeel van artikelen over economische geschiedenis steeds meer afneemt in de loop der tijd. Dit komt vooral doordat artikelen over handel, belastingen en kadaster, in-, verkoop en pacht, beroepen en testamenten vanaf 1992 niet meer verschijnen. Vanaf 2002 vinden we alleen nog maar artikelen over verkeer en vervoer en nijverheid.

 

Geschiedenis

De categorie ‘geschiedenis’ is met 139 artikelen de op één na grootste categorie. Deze is weer onderverdeeld in algemene geschiedenis, archieven, bestuur en grootgrondbezit, land- en leengoederen, lokale en niet-lokale personen. De meeste artikelen (35%) handelen over bestuur en grootgrondbezit en zijn gedurende de hele verschijningsduur in ruime mate verschenen. Voorbeelden hiervan zijn: ‘De eerste heren van Heeze’, ‘Heeze-Leende-Zesgehuchten-Sterksel, een der voornaamste Brabantse heerlijkheden’, ‘Zes gehuchten en waar het om gaat’, ‘Geldrop en de Duitse Orde’, ‘Uit het Kwartier Peelland’, ‘Borgemeesters van Zesgehuchten’, ‘Schepenen in Geldrop’, ‘Achttiende-eeuwse reacties op de protestantse overheersing’, ‘Heeze anno 1686’, ‘Wat beloven en zweren de burgemeesters ?’, ‘Burgemeester in Leende: een man die fermiteit bezit’, ‘Bruggerhuizen gered van een bestuurlijke blunder’, ‘De bestuurlijke indeling van Heeze, Leende en Zesgehuchten’ en ‘De opvolging van burgemeester P. Bolsius van Geldrop in 1834’. (30)

Ongeveer één vijfde van de geschiedenisartikelen handelt over lokale personen (22%) en algemene geschiedkundige onderwerpen (19%). Het zwaartepunt van de eerste groep ligt in de periode 1972-1991, terwijl artikelen uit de tweede groep vooral vanaf 1992 zijn verschenen. Bij artikelen over lokale personen moeten we bijvoorbeeld denken aan ‘Jan Deckers, promotor van de boerenorganisaties in Heeze’, ‘”Tanteke”’, ‘De bijzondere Heezenaar …’, ‘Géraar van Asten, een echte Heezenaar’, ‘In gesprek met … Hanneke Sprengers’, ‘Trien van Engelen: een geschreven portret’, ‘Willem Swinkels, portrettekening’, ‘Antonius Zwegers, 1886-1972. Enen “aparte” mens’, ‘H. Royaers (1734-1806) uit Leende, volksvertegenwoordiger van het eerste uur in Brabant’ en ‘Het jaar 1809 en de Leendse huisarts Jacobus de la Geneste’. (31) De artikelen over algemene geschiedenis zijn verschenen onder bijvoorbeeld de volgende titels: ‘Het 600-jarig bestaan van Geldrop in 1977’, ‘Heemkundig antiek’, ‘Sterksel een zaligheid apart’, ‘Geldrop: zoals het was en hoe het is’, ‘Het burgemeestersverzet in Zuidoost-Brabant; naoorlogse actie in Geldrop (met een inleiding door J.J.F. de Waal)’, ‘Een buitenlandse dienstbetrekking met gevolgen’, ‘830 jaar Sterksel. Van gehucht tot tuindorp’, ‘Het begin van Geldrop en Zesgehuchten, Heeze en Sterksel, Leende en Leenderstrijp’ en ‘Wat was, wat werd, wat is Geldrop? De geschiedenis van een leefgemeenschap door alle tijden heen’. (32)

Over archieven (12%) en niet-lokale personen (8%) is vrijwel gedurende de hele verschijningsduur geschreven. Titels zijn bijvoorbeeld ‘Enkele stukken betreffende een tweetal Leender pastoors’, ‘Oudste schepenprotokol van Heeze-Leende is van 1483’, ‘Hoofdlijnen van de geschiedenis van de archiefvorming en organisatie’, ‘Afscheid archivaris C. van Bokhoven’, ‘De inboedel van Th.J. van Lelyveld van Cingelshouck’ en ‘De Heezer overlijdensakten, 1811-1930’ (33) respectievelijk ‘De graven van Egmond en Hoorn’, ‘Een Gelders vrijgeleide voor Sterksel uit 1505’, ‘My Old Kentucky Home. Leendenaren in Kentucky tijdens de 19e eeuw’. (34) Over land- en leengoederen (5%) is vooral in de periode 1962-1981 geschreven. Twee voorbeelden zijn ‘Het oude landgoed Heugten’ en ‘Leenboek van Rene van Renesse, graaf van Warfuse’. (35)

 

Cultuurgeschiedenis

In de belangrijkste categorie ‘cultuurgeschiedenis’ zijn 180 artikelen verschenen. De subcategorie gebouwen is met 68% veruit de grootste. Tot 1991 valt ongeveer drie kwart van de artikelen over cultuurgeschiedenis in deze groep, daarna nog altijd minstens de helft. Artikelen over kunst vormen gedurende de hele verschijningsduur ongeveer één vijfde (18%) van deze categorie.

Vanaf 1982 verschijnen er artikelen over heem en monumenten en deze zijn tezamen 8% van het totaal. Artikelen over onderwijs en opvoeding tenslotte maken 6% uit van de categorie ‘cultuurgeschiedenis’ en verschijnen in de perioden 1972-1981 en 1992-2011.

Bij deze laatste groep moeten we denken aan titels als bijvoorbeeld ‘Problemen rond dorpsbestuur en onderwijs te Heeze na 1648’, ‘Heemkunde op de basisschool’, ‘Geschiedenis van de r.k. lagere school Sint Aloysius te Sterksel, 1917-1983’ en ‘Hulpschool te Leenderstrijp’. (36) Artikelen over heem en monumenten handelen over onderwerpen als ‘Heembescherming’, ‘Heemkundekring kan aktieve rol spelen in de monumentenzorg’, ‘Gestorven voor de vrijheid, rustend temidden van ons. De oorlogsgraven in ons heemgebied’, ‘Bij de onthulling van het driedorpenpunt-monument Heeze-Leende-Sterksel’ en ‘Restauratie Kasteel Heeze noodzakelijk’. (37)

Voor het merendeel van de artikelen over kunst geldt dat één of meer kunstvoorwerpen en/of kunstenaars de aanleiding vormen. Daarnaast is er een paar maal gepubliceerd over meer algemene onderwerpen. Een aantal voorbeelden van titels zoals die in de loop der jaren verschenen, zijn: ‘Paramenten van Heeze schandalig gerestaureerd’, ‘De meester van de heiligenbeelden uit Leende’, ‘Jaspar de beeldsnijder ‘, ‘Schilderwerk in de kerk van Zesgehuchten’, ‘Naar aanleiding van de kruisweg in de H. Brigidakerk te Geldrop’, ‘Kunstvoorwerpen in de kerk van St. Petrus Banden te Leende’, ‘Een portret van de vrijheer van Heeze, Leende en Zesgehuchten. Een getekend of een vertekend beeld? Op zoek naar de werkelijke Jan Diederik’, ‘Toch werkten zij in Heeze’ en ‘Het orgel van de Heilige Brigidakerk in Geldrop’. (38)

De artikelen over gebouwen bestrijken een uitgebreid scala aan onderwerpen. Daarom nemen we deze groep onder de loep, gegroepeerd per tien jaargangen. In de periode 1962-1972 komen een groot aantal gebouwen uit ons heemgebied aan bod. We zien artikelen gewijd aan de beide kastelen, kerken en kapellen, molens, verschillende hoeven en markante panden. Ik geef van elk één voorbeeld: ‘Het Kasteel van Geldrop’, ‘De kapellen en kerken van Sterksel’, ‘Waterradmolens in Heeze’, ‘De H.Geesthoeve in Riel’ en ‘”De vier Linden” teLeende’. (39) In de daaropvolgende periode 1972-1981 staan vooral de kastelen, kerken en molens in de belangstelling en verschijnen er bredere ‘achtergrondartikelen’. Voorbeelden van deze laatste artikelen zijn: ‘De oprichting van de parochie Zesgehuchten’, ‘Huizentelling te Heeze in het jaar 1600’, ‘Het monumentenjaar 1975 en wij’ en ‘De kwaliteit van de huizen in Geldrop aan het begin van de 19e eeuw’. (40) In de periode 1982-1991 verschijnen er twee speciale uitgaven over gebouwen, namelijk over de Sint Petrus Banden kerk te Leende en de gemeentehuizen van Leende. (41) Daarnaast zijn ook kerken in de andere plaatsen van ons heemgebied onderwerp van één of meer artikelen, zoals in ‘De Heezer Sint Martinus, een “Huis van allen”’, ‘Sint-Jan Heeze’ en ‘Het kerkinterieur van Zesgehuchten’. (42) Wat opvalt in vergelijking met de vorige perioden is dat de artikelen over het algemeen langer zijn en dus waarschijnlijk meer aspecten van een gebouw behandelen en/of het gebouw in een bredere context plaatsen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor ‘Het “Jan Deckershuis” in Heeze’. (43) Ook de periode 1992-2001 kent de uitgave van twee speciale nummers over gebouwen, namelijk De geschiedenis van het kasteel Geldrop en zijn bewoners / eigenaren en Het verdwenen etablissement. Een historie uit een schilderachtig dorp. (44) Bij deze uitgaven is het gebouw aanleiding geworden voor een uitgebreide cultuurhistorische beschrijving van zowel gebouw als bewoners en passanten. Ook in deze periode komen verschillende gebouwen aan bod, zoals bijvoorbeeld in ‘Bedankt voor de klandizie. Herinnering aan het oude station van Heeze’ en ‘Boerderijen van de prehistorie tot in de middeleeuwen’. (45) In de laatste periode verschijnt een artikelenreeks ‘De bewoners van Kasteel Heeze van 1796 tot 1901’ die tot de groep gebouwen is gerekend, maar die eigenlijk een cultuurhistorische beschrijving is van het gebouw, de bewoners en verschillende aspecten van hun levensstijl. (46)

Daarnaast is in deze periode een aantal artikelen gewijd aan molens, zoals ‘Vergeten molens’, ‘”Sint Victor” weer achttien jaar in gebruik’ en ‘Drie keer een heimolen bij Leende’. (47) Ten slotte verschijnt in deze periode voor het eerst een industrieel gebouw op het toneel in ‘Twekagebouw, een monument?’. (48)

 

Nawoord

Deze terugblik op vijftig jaargangen Heemkronyk laat zien dat de grote groep auteurs die in de loop der jaren aan het blad heeft meegewerkt, zich heeft gewaagd aan een brede waaier van onderwerpen. Verschillende aspecten van heemkunde zijn aan bod gekomen, zoals archeologie, genealogie, monumenten(zorg), naamkunde, taal- en letterkunde, volkskunde en wapen- en vlaggenkunde. Daarnaast hebben plaatselijke ‘faits divers’ hun weg gevonden naar het blad in rubrieken als delicten en overtredingen en rampen en ongevallen. Ook op de diverse aspecten van de plaatselijke en regionale geschiedenis is uitgebreid in gegaan. Hopelijk zullen toekomstige auteurs in de voetsporen van hun voorgangers treden en zo verschillende aspecten van ons heem en zijn geschiedenis steeds opnieuw voor het voetlicht brengen.

 

 

1  Korte aankondigingen, mededelingen en reacties zijn niet meegerekend.

2  Het betreft de volgende titels: De in hoofdzaak medische volksrecepten welke in een oud Leender pastorieboekje zo rond het jaar 1700 werden opgetekend (1963), extra nummer, 1-38; Opgravingen in een 15de - 16de-eeuwse nederzetting te Leenderstrijp (1982), nr. 2, 3-36; De gemeentehuizen van Leende (1991), nr. 1/2, 3-63; Inhoud, doel en betekenis van heemkundebeoefening (1992), nr. 1/2, 5-96; De openbare bibliotheek van Geldrop (1993), nr. 3, 95-147; De geschiedenis van het kasteel Geldrop en zijn bewoners / eigenaren (1997), nr. 2/3, 5-64; Het verdwenen etablissement. Een historie uit een schilderachtig dorp (2000), nr. 1/2, 7-102.

3  Het betreft de volgende afleveringen: Sterksel (1964), extra nummer, 118-162; Sterksel (1968), nr. 6, 70-93; uitgave ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum (1981), nr. 3/4, 10-238; Sint Petrus Banden in Leende (1985), nr. 3/4, 73-150; Van den Berg, H.A.M. en Van der Meer, J.A. (red.), “De Heerlijkheid” : rechtshistorische beschouwing over een oude rechtsvorm in de Meijerij van ’s-Hertogenbosch (Geldrop 1989).

4  Hierbij telt een artikel van één aflevering even zwaar mee als een artikel van twee of meer afleveringen.

5  Om de cijfers door de tijd heen te kunnen berekenen heb ik steeds tien jaargangen bij elkaar genomen.

6  In de aantallen betreffende Leende zijn ook Leenderstrijp en Bruggerhuizen opgenomen.

Register op het tijdschrift Heemkronyk, jaargang 1 t/m 30, 1962-1992 (Heeze 1992). Dit register is uitgegeven ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van de Heemkundekring en samengesteld door A.L.M.Th. Veldhuizen-van Geffen, G.W.L. Brabander en C.S. Smit.

8  Het betreft de volgende categorieën: archeologie, bevolking, bibliografie, bouwkunde, cultuurgeschiedenis, delicten en overtredingen, economische geschiedenis, flora en fauna, genealogie, geografie, geologie, geschiedenis, heemkundekring, historische voorwerpen, kerkgeschiedenis, krijgsgeschiedenis, naamkunde, rampen en ongevallen, rechtsgeschiedenis, sociale geschiedenis, taal- en letterkunde, topografie, volkskunde en wapen- en vlaggenkunde.

9  Cultuurgeschiedenis kent de subcategorieën ‘gebouwen’, ‘heem en monumenten’, ‘kunst’ en ‘onderwijs en opvoeding’. Bij economische geschiedenis zien we een onderverdeling in: ‘belasting en kadaster’, ‘beroepen’, ‘betaalmiddelen’, ‘handel’, ‘in-, verkoop en pacht’, ‘landbouw en veeteelt’, ‘maten en gewichten’, ‘nijverheid’, ‘testamenten en inboedels’ en ‘verkeer en vervoer’. Geschiedenis is onderverdeeld in: ‘algemeen’, ‘archieven’, ‘bestuur en grootgrondbezit’, ‘land- en leengoederen’, ‘personen (locaal)’ en ‘personen (niet locaal)’.

10  In de hierna volgende verwijzingen naar artikelen noem ik steeds jaartal, nummer en begin- en eindbladzijde. 1963, nr. 4, 75-77; 1964, extra nummer, 135-144; 1965, nr. 6, 84-87; 1967, nr. 2, 18-26 en 1987, nr. 1, 27-35.

11  1966, nr. 6, 72-74; 1977, nr. 3/4, 29-33; 1987, nr. 2, 63-68.

12  1973, nr. 2/3, 33-34; 1991, nr. 3/4, 83-88.

13  1962, nr. 2, 18; 1965, nr. 4, 62-63.

14  1965, nr. 6, 88, (1966) nr. 2, 21-22, nr. 3, 40-42, nr. 4, 54-56, nr. 5, 70-71, nr. 6, 77-78; 1974, nr. 1/2, 16.

15  1976, nr. 1, 4-7; 1988, nr. 1, 8-9; 1988, nr. 3, 87-90; 1995, nr. 1, 39.

16  1963, nr. 7, 110-115, 1964 nr. 1, 7-10, nr. 2, 25-28, nr. 3, 35-40, 1965, nr. 1, 2-6; 1967, nr. 3, 30-32; 1967, nr. 3, 35-39; 1979, nr. 3, 88-93; 1998, nr. 3/4, 140-146.

17  1990, nr. 1/2, 40-47; 1994, nr. 1, 5-16.

18  1965, nr. 1, 12-13; 1974, nr. 4, 55; 1987, nr. 4, 114-118; 1992, nr. 3, 113-127; 2004, nr. 2, 26-30.

19  1962, nr. 4, 26-27; 1966, nr. 1, 10-11; 1966, nr. 6, 76-77.

20  1977, nr. 1, 16-18, nr. 2, 38-40, 1978, nr. 3, 77-79; 1992, nr. 3, 128-131; 2007, nr. 4, 72-74.

21  1890, nr. 1, 41-42; 1999, nr. 1, 17-28.

22  1965, nr. 5, 72-74; 1970, nr. 10, 2; 1981, nr. 3/4, 34-45; 1984, nr. 2, 48-63; 1984, nr. 3, 80-88; 1987, nr. 3, 72-82; 2005, nr. 4, 63-69.

23  1965, nr. 3, 38; 1968, nr. 5, 55-57; 1970, nr. 1, 4-5; 1980, nr. 3/4, 74-76; 1989, nr. 1, 4-13; 1990, nr. 1/2, 31-39.

24  1963, nr. 7, 115; 1964, nr. 1, 16; 1965, nr. 4, 47-50; 1965, nr. 5, 65-68; 1991, nr. 3/4, 113-123.

25  1964, nr. 2, 23-24; 1965, nr. 5, 76; 1972, nr. 3, 38; 1972, nr. 3, 38-39; 1978, nr. 2, 39.

26  1963, nr. 4, 57-59; 1969, nr. 1, 7-8; 1983, nr. 4, 132-135; 2011, nr. 1, 9-19, 2011, nr. 2, 23-31.

27  1967, nr. 2, 28; 1973, 2/3, 40-43; 1985, nr. 2, 59-60.

28  1977, nr. 3/4, 26-29; 1989, nr. 2, 54-56; 1989, nr. 4, 130-134.

29  1962, nr. 2, 13; 1988, nr. 2, 58-66.

30  1962, nr. 1, 10-12; 1962, nr. 4, 2-5; 1963, nr. 2, 26-28; 1964, nr. 4, 50-54; 1971, nr. 2, 30-31; 1973, nr. 1, 6; 1973, nr. 1, 6-7; 1981, nr. 2, 82-83, 1982, nr. 1, 18-25; 1986, nr. 1, 22-27; 1986, nr. 4, 36-41; 1982, nr. 4, 135-155; 1997, nr. 4, 19-24; 2002, nr. 1, 3-8; 2007, nr. 4, 59-67.

31  1972, nr. 4, 60-62; 1973, nr. 1, 13-14; 1981, 3/4, 222-225; 1982, nr. 1, 5-15; 1983, nr. 4, 115-119; 1987, nr. 4, 104-113; 1988, nr. 2, 67-68; 1995, 3/4, 144-160; 1996, nr. 2, 47-71; 2009, nr. 4, 67-74, 2010, nr. 1, 3-11.

32  1977, nr. 3, 57; 1981, nr. 1, 6-18; 1984, nr. 1, 29; 1987, nr. 4, 129-134; 1995, 3/4, 121-133; 1996, nr. 3, 127-129; 2003-, nr. 1, 9-12; 2009, nr. 2, 38-43; 2010, nr. 1, 12-19, nr. 2, 23-35, nr. 3, 43-52.

33  1967, nr. 1, 13-14; 1971, nr. 3, 33-36; 1979, nr. 4, 124-128; 1982, nr. 1, 26-27; 1993, nr. 2, 73-82; 1997, nr. 1, 37-42.

34  1965, nr. 6, 82-83; 1990, nr. 4, 125-132; 1998, nr. 1, 34-57, nr. 2, 85-109.

35  1966, nr. 3, 29-34; 1972, nr. 1/2, 14-24.

36  1974, nr. 4, 57-63; 1978, nr. 3, 80-83; 1996, nr. 4, 167-173; 2004, nr. 4, 72-77, 2005, nr. 2, 32-39.

37  1981, nr. 1, 30-44; 1989, nr. 3, 97-104; 1995, nr. 2, 96-115; 1997, nr. 4, 30-34; 2003, nr. 1, 19.

38  1971, nr. 3, 51-52; 1974, nr. 1/2, 20-21; 1977, 2/4, 33-35; 1981, nr. 2, 60-65; 1983, nr. 1, 23-24; 1985, nr. 3/4, 82-97; 1996, nr. 4, 162-166; 2002, nr. 4, 59-64; 2006, nr. 1, 3-6, nr. 2, 23-27.

39  1962, nr. 4, 24-25; 1964, extra nummer, 131-133; 1965, nr. 5, 67-68; 1963, nr. 4, 62-64; 1962, nr. 4, 13-16.

40  1973, nr. 1, 15-16; 1973, 2/3, 17-32; 1975, nr. 1/2, 4-13; 1977, nr. 3, 51-53.

41  1985, nr. 3/4, 73-150 en 1991, nr. 1/2, 3-63.

42  1982, nr. 3/4, 101-118; 1983, nr. 2, 52-60, nr. 3, 85-89, nr. 4, 120-124, 1984, nr. 1, 23-28; 1987, nr. 2, 47-60.

43  1988, nr. 4, 110-120.

44  1997, nr. 2/3, 5-64 en 2000, nr. 1/2, 7-102.

45  1993, nr. 1, 18-20 en 2001, nr. 1/2, 3-9.

46  2002, nr. 3, 41-47, nr. 4, 51-58, 2003, nr. 1, 3-8, nr. 2, 23-30, nr. 3, 43-52, nr. 4, 63-72, 2004, nr. 1, 3-9.

47  2002, nr. 3, 36-40; 2003, nr. 1, 13-18; 2004, nr. 3, 57-59.

48  2008, nr. 4, 71-73.

 

Ga terug