Een feest om daar binnen te stappen

Heemkronijk jaar:1996, jaargang:35, nummer:1, pag:28 -32

EEN FEEST OM DAAR BINNEN TE STAPPEN

door: J.J.F. de Waal

 

Van tijd tot tijd lees je artikelen in de krant waar je bij bepaalde passages je wenkbrauwen optrekt. Neem bijvoorbeeld het stuk in het Eindhovens Dagblad van 30 januari 1996, getiteld ‘Geldrop en de sloop van de Amai-fabriek’. Dat artikel begint aldus: "Geldrop slaagde er in het verleden mondjesmaat in van zich te laten horen in de landelijke pers. Er was de moordaanslag op de plaatselijke slager, die de kolommen haalde van vooral De Telegraaf. En er waren de boeken van A.F.Th. van der Heijden die de aandacht trokken op de kunstpagina's van bijvoorbeeld Volkskrant en NRC-Handelsblad. Maar daar bleef het bij. Totdat recentelijk de toneelgroep Amai Geldrop weer eens opstuwde in de vaart der volkeren."

"Moet dat nu zo? " luidde mijn eerste reactie. Verdient Geldrop het om op deze manier te worden neergezet in de aanhef van een stuk over een succesvolle toneelgroep en over de locatie waar die groep speelt? Het kranteartikel behandelde vooral de huisvestingsperikelen van toneelgroep Amai en de naderende sloop van haar huidige speelruimte, die grenst aan het complex van de vroegere N.V. Wollenstoffenfabriek A. van den Heuvel en Zoon. Er stond een foto bij van het gebouw, met het onderschrift: “De fabriek van Amai aan de Molenstraat in Geldrop”  Hoezo Amai-fabriek (in de titel van het artikel) en hoezo fabriek van Amai (in het foto-onderschrift)? Werd de lezer hier niet op het verkeerde been gezet?

 

Een rotte kies

Het uitgeleefde fabrieksgebouw verdwijnt op termijn, ongetwijfeld tot veler opluchting. Een rotte kies wordt dan uit het gebit van Geldrops centrum getrokken. Een visitekaartje voor de gemeente is het pand waar Amai speelt bepaald niet. Als ik bij het passeren van Geldrop over de J. Peijnenburgweg rijd, dwaalt mijn blik onwillekeurig steeds naar die plek aan de oever van de Kleine Dommel of Rul en stel ik niet-begrijpend vast dat het gebouw nog overeind staat. Zo is Geldrop, denk ik dan. Het dorp worstelt met zijn industrieel verleden. Hier staat een residu als tastbare herinnering aan een nog niet lang vervlogen tijd waar deze gemeente misschien haar huidige welvaart aan ontleent: een fabrieksgebouw (inclusief vervuilde grond) in het hart van een oud textieldorp. Lokale bestuurders en projectontwikkelaars zien zoiets tegenwoordig liever verdwijnen.

Het is geen kunst om zich schamper over Geldrop uit te laten. Ieder heeft nu eenmaal zijn eigen voorkeuren, ongeacht waar ze door bepaald worden. Zo zullen heel wat rechtgeaarde Geldroppenaren het me nauwelijks in dank afnemen dat ik hun dorp geen al te fraaie plaats noem. Overeenkomsten met het naburige Helmond, ook getekend door de industriële revolutie en zoals algemeen bekend verre van moeders mooiste, dringen zich op. Beide plaatsen vind ik planologisch een verschrikking, hoe onvriendelijk dat ook klinkt. Toen de Korte Kerkstraat in Geldrop voor autoverkeer werd afgesloten en de J. Peijnenburgweg nog niet in gebruik was moest je over een goed ontwikkeld oriënteringsvermogen beschikken om, komend van Mierlo, Nuenen of Eindhoven via het centrum de weg naar bijvoorbeeld het Bogardeind te vinden. Maar er is veel ten goede veranderd sinds de Heuvel en omgeving een ingrijpende facelift hebben ondergaan.

 

Feest in een bouwval

Van 27 december 1995 tot en met 10 februari 1996 konden de liefhebbers in de voormalige textielfabriek aan de Molenstraat genieten van Molière’s drama ”De ingebeelde zieke”, gespeeld door toneelgroep Amai. De titel van de voorstelling stond duidelijk, en ‘s avonds goed verlicht, op de westelijke gevel van het pand. 'De ingebeelde zieke', zo’n titel in combinatie met die bouwval alleen al! Dat moet op argeloze voorbijgangers een dubbelzinnige uitwerking hebben gehad. De opvoeringen, onder regie van Jochem Royaards, oogstten alom lovende kritieken. Meer dan drieduizend bezoekers zijn komen kijken en luisteren. In de recensies werd ook de locatie waar Amai optreedt betrokken. Zo kon men in het Eindhovens Dagblad van 8 januari 1996 lezen:

"Nu spelen ze al geruime tijd in een groot fabriekscomplex in hartje Geldrop. Van buiten lijkt het gebouw op instorten te staan, maar van binnen is er alles aan gedaan om de toeschouwers warm en gastvrij te ontvangen. Elke keer is de indeling weer omgegooid, maar steeds is het binnenkomen een plezierige verrassing." Drie weken later stond in het Eindhovens Dagblad: "En in alle stukken werd de lokatie geroemd waar Amai haar creatieve lusten botviert: de oude fabriek aan de Geldropse Molenstraat. De recensent van NRC-Handelsblad noemde het steeds weer een feest om daar binnen te stappen. Maar met dat feest is het binnenkort gedaan, tenzij er een klein wonder gebeurt."

De toneelgroep Amai lijkt te gedijen in iets wat oud en bijna vergaan is. Dat gold tenminste ook voor haar eerste noodonderkomen waar de groep ruim acht jaar geleden nog speelde: een opgeknapte bedrijfsruimte in de Eindhovense Stuiverstraat. Het probleem heeft volgens mij niet zozeer met Geldrop als met Amai te maken. Waarom tussen deze twee een link (Amai dat Geldrop in de vaart der volkeren zou opstuwen) gelegd in het eerstgenoemde artikel van het Eindhovens Dagblad? Een artikel dat als volgt eindigt: "En Geldrop? Geldrop zal weer in de anonimiteit verdwijnen, tenzij er een nieuwe moordaanslag wordt beraamd of Van der Heijden zich nog iets wil herinneren van zijn vermaledijde geboortedorp."

 

 Geldrop in de kijker

Afgezien van de vraag of - want voor wie? - het zo van belang is dat een gemeente aan de weg timmert en genoemd wordt in de landelijke pers, valt er op de gegeven voorbeelden van een moordaanslag (!) en het werk van een romanschrijver nogal wat af te dingen. Wat de moordaanslag aangaat gebeurde in Geldrop wat regelmatig ook in andere gemeenten van ons land voorvalt. En in welke mate mogen beschrijvingen in het literaire werk van Adri van der Heijden, voorzover zijn geboorteplaats daarin figureert, vereenzelvigd worden met gebeurtenissen van destijds in Geldrop? Wat een auteur in zijn romans verbeeldt, is toch niet bedoeld als een verslag, een registratie van historische feiten? Het kost weinig moeite om andere voorbeelden te noemen die de schijnwerpers evenzeer op Geldrop hebben gericht: de voormalige minister-president Van Agt, die in de eerste tijd dat hij premier was, met zijn vroegere plaats- en studiegenoot minister M. Peijnenburg van Wetenschapsbeleid (19- 12-1977 tot 1-4-1979) in hetzelfde kabinet zat; twee bedrijven onderscheiden met het predikaat ‘Koninklijk’: de Koninklijke Bandfabrieken BV Geldrop (weliswaar in Heeze ontstaan) en de Koninklijke Peijnenburg’s Koekfabrieken BV, de laatste regelmatig in het nieuws in verband met een eventuele verhuizing; het St.-Annaziekenhuis, zeker in de sportwereld internationaal bekend; het z.g. ‘dansende meisje van Geldrop’ of de ‘Venus van Mierlo’ op de in Geldrop gevonden slagsteen, die afkomstig zou zijn van rendierjagers uit de Ahrensburger cultuur van ongeveer 9000 jaar vóór Christus; de archeologische opgravingen in Zesgehuchten; beeldend kunstenaar Rob Birza; filmster/fotomodel Apollonia van Ravenstein.

Er kan ook anders over een plaats geschreven worden, dacht ik terwijl me het artikel ‘Altijd terug naar Mierlo’ te binnen schoot. Ik las het begin ervan nog eens over: “Herinnering is een hond die gaat liggen waar hij wil. Nooit staat vast waar en wanneer de dingen van Mierlo in mijn gedachten komen. Ik denk vaak aan het dorp als ik er niet ben. Als ik sta tussen de lavendelvelden in de Provence bijvoorbeeld. De geurende struiken doen denken aan aardbeienplanten. Dezelfde bedden die zich eindeloos uitstrekken in de omgeving van het dorp waar ik vandaan kom en waarvoor ik bijna als vanzelf door de knieën ga. "

Deze passage. eveneens van de schrijver van het artikel ‘Geldrop ende sloop van de Amai-fabriek', trof ik aan in een aflevering van de serie persoonlijke ‘dorpsportretten’, waarin krantemensen in het zaterdagse Weekuit- katern van het Eindhovens Dagblad hun impressie gaven van de plaats waar ze wonen of vandaan komen.

 

BRONNEN

Eindhovens Dagblad:

-  Rob Nederpelt. `Vaart in komedie bij Amai` (8 januari 1996, blz. 4).

-  Peter van Vlerken. `Altijd terug naar Mierlo` (13 januari 1996. blz. 27).

-  Peter van Vlerken. `Geldrop en de sloop van de Amai-fabriek` (30 januari 1996. blz. 4).

 

Ga terug