De oprichting van de parochie Zesgehuchten.

Heemkronijk jaar:1973, jaargang:12, nummer:1, blz.15 -16

DE OPRICHTING VAN DE PAROCHIE ZESGEHUCHTEN

door: Jan Coenen.

Zoals velen van u zullen weten is de parochie en kerk van Zesgehuchten nog niet zo oud. Vroeger gingen de meeste Zesgehuchtenaren naar Geldrop naar de kerk, sommige naar Heeze en weer andere gingen naar de kapel van Riel. De genealogen die met Zesgehuchten te maken hebben zullen dit wel weten, want men kan daardoor lelijk vastlopen met het onderzoek. Aangezien de meeste Zesgehuchtenaren vaak ver moesten lopen naar de kerk, is men in 1861 gaan praten over de oprichting van de parochie Zesgehuchten.
Op 11 maart 1861 besliste de gemeenteraad van de gemeente Zesgehuchten, dat er behalve een school ook een kerk gesticht zou moeten worden. Zij argumenteerde dit als volgt: een school zonder kerk zou voor het grootste deel haar doel missen ten aanzien van het onderwijs in de Christelijke leering.
Dat verslag van de gemeente vermeldt dan:
-"De raad overwegende dat het wenselijk was dat er een kerk in de gemeente wierd opgetrokken- Zoo ten aanzien van het   nut en gemak der ingezetenen, als de bevordering van het   onderwijs en de beschaving ——————————————————————————————————— —— overwegende dat des echter de middelen ontbreken eene kerk te bouwen--———- ——————  overwegende dat deze gemeente voor 1/3 gedeelte in de kerk is betrokken te Geldrop, en zal bij herbouw daarin evenredig bij te dragen hebben, heeft besloten eene RC kerk in deze gemeente te bouwen met pastorie, mits er 1/3 gedeelte der waarde uit die van Geldrop zal verkregen worden, en met een voldoende subsidie van het Rijk, en den burgemeester te verzoeken de kerkelijke overheid te raadplegen ".-
Dit was het begin. Vervolgens rekende men uit wat de geschiktste plaats was om een kerk te bouwen. Hooggeldrop bleek het meest geschikt.

De plaats was alleen nadelig voor Hulst, omdat de inwoners van Hulst dichter bij de kerk van Geldrop woonden. Men berekende daarbij de afstand van de gehuchten tot het raadhuis van Hooggeldrop (gelegen destijds langs de afslag naar Genoenhuis op Hooggeldrop) en tot de kerk van GELDROP.

 

Vervolgens brengen zij de Aartsbisschop op de hoogte van hun plannen. Zij voeren tevens als argument aan, dat de kerk van Geldrop te klein is geworden. De deken en pastoor G.W. van Someren liet de gegevens controleren en gaf daarna zijn toestemming d.m.v. een schrijven aan de bisschop. In 1868 kwam men klaar met de bouw van de pastorie en een noodkerk. De noodkerk moet, als men Schutjes goed leest, niet erg mooi zijn geweest. Van de noodkerk is het   volgende nog over: enige muurankers en het rode wasbakje dat in de sacristie hing. Deze voorwerpen zijn aanwezig in de gemeentelijke oudheidkamer van Geldrop. In 1881 is men al volop bezig met de bouw van een nieuwe kerk. De kerk bouwde men, naast de noodkerk, op een vennetje, genaamde de Donau. Zesgehuchtens eerste pastoor, Leo de Beer, geeft in 1881 de stand van zaken op en tevens een globale verantwoording in rekening. Het   is erg leuk om te weten tot hoever men toen gekomen was. Pastoor Leo de Beer schrijft als volgt: De toren staat nu tot een meter boven den nok der kerk. Het   stukadoorwerk is ruim eenderde afgewerkt. Tweederde van de vloer is belegd met nieuwe hardstenen plavuizen - eenderde met gewone plavuizen uit de noodkerk - dit kan nog lange jaren zo blijven. De nieuwe kerk werd gebouwd door de architect H. van Tulder, en mag beschouwd worden als een van zijn beste kerken. Zij is klaargekomen en gewijd in 1884. De kerk bevat 20 glas-in-loodramen die gemaakt zijn door P. Strouken ir. en sr. in de periode 1916 - 1921. Enige tijd geleden ook een houten preekstoel en een communiebank. De kerk was op zijn mooist tijdens het 50-jarig bestaan van de parochie in 1918, zij was toen geheel versierd met processievanen. Voor in de kerk hingen toen 2 grote lampen. In mijn bezit zijn 4 foto's, van dit feest, die dit alles goed laten zien. De eerste pastoor was dus Leo de Beer. Hij is geboren te Tilburg op 11.11.1827 en is priester gewijd te Mechelen. Nadat hij 14 jaar kapelaan was geweest (6 jaar te Eemnes Buiten en bijna 8 ]aar te Geffen) - werd hij pastoor van de parochie Zesgehuchten, waar hij op 25.2.1895 overleed. De andere pastoors waren R. Stael (1895 — 1907), W. Beekmans (1907— 1919), G.M. van Hooff (1919 - 1963), en J.Joosten.

Ga terug