Heemkronijk jaar:1990, jaargang:29, nummer:4, pag:98 -111

EEN HALVE EEUW V.I.F.-PUDDINGFABRICAGE IN HEEZE

door Guusje Veldhuizen

 

Welke huisvrouw in deze puddingetende natie kent niet de bekende pakjes kookpudding van het merk V.I.F.? Twee naoorlogse generaties zijn ermee grootgebracht! Vooral de notenkrokant met hazelnoot was een schot in de roos, zodat deze zelfs in de delicatessenwinkels verkrijgbaar was. Ook de gekleurde feestpudding was een succesnummer; aanvankelijk bedoeld als speciale kersttractatie, werd met het stijgen van de welvaart de vraag naar die pudding steeds groter. Vroeger kon je alleen in Groningen de Groninger koek kopen of de Limburgse vlaai pas proeven na het overschrijden van de zuidelijkste grens, en kreeg je speculaas alleen in de decembermaand voorgeschoteld. Toen de beurs steeds voller werd, wilde men alles eten op welk tijdstip dan ook!

Als Jantje jarig was, wilde hij de feestpudding van V.I.F.! Dat de drie letters ook nog iets anders betekenden dan een merknaam was bij weinigen bekend, maar dat de produktie in Heeze plaatsvond, wisten zo langzamerhand wel de vele treinreizigers tussen Weert en Eindhoven.

Op 1 oktober jl. werd voorgoed een streep gezet onder 50 jaar puddingfabricage in Heeze en kreeg het gebouw weer 'n andere bestemming. Oprichter en oud-directeur Theo Vlijmincx vertelt hier zijn V.I.F.-geschiedenis, opdat ook deze lokale industriële historie in ons geschiedenisboekje kan worden bijgeschreven.

 

DE  APPEL  EN  DE  BOOM

Theo Vlijmincx was de zoon van de Woenselse grootgrutter Harry Vlijmincx, die in de beginjaren van deze eeuw een groothandel in kruidenierswaren, een olieslagerij en een zoutziederij exploiteerde, onder de naam van de grootouders: Vlijmincx-de Vocht, met 47 (!) filialen in de Kempen en ook nog het agentschap voor petroleum voor dat hele gebied. Alleen al voor die laatste distributie stonden 16 Belgische knollen op stal die dagelijks de grote tankwagens met twee paardekrachten de regio introkken: van Heeze naar Budel, van Geldrop tot Strijp, van Zesgehuchten via Ginderover naar Zevenhuizen de Acht Zaligheden in en alle groenverzonken dorpjes die daartussen lagen en zonder petroleum niet vooruit konden.

"Die hele bedrijvigheid werd  door mijn vader alleen bestuurd, wat o.a. betekende dat hij iedere avond pas om tien/elf uur de deur kon sluiten wanneer de laatste olieventer terug was, alle centen, dubbeltjes en kwartjes waren geteld en de trouwe viervoeters verzorgd op stal stonden. (Ook de stalknecht maakte lange dagen!)

Om deze veelzijdige taak te verdelen werd een compagnon gezocht, maar niet gevonden. Daar de zonen nog te jong waren om de teugels over te nemen, werd de hele business in de jaren twintig bij de Edah in Helmond ondergebracht. Mijn vader werd daar president-commissaris en zoonlief ging na de nodige schoolopleiding in 1932 in dat bedrijf zijn eerste loon verdienen. Als krullenjongen liep ik braaf alle bedrijfstakken, zoals van me werd verwacht en leerde zodoende alle ingrediënten kennen van . . . . . haver tot gort!

Nadat mijn vader om gezondheidsredenen in 1938 zijn functie had moeten overdragen, nam ook ik afscheid van de Edah om voor mezelf te beginnen. Het levensmiddelenbedrijf interesseerde me in het algemeen, maar ik koos liever voor een detail ervan. De fabriage van puddingpoeder had ik van een Duitser geleerd, een mengspecialist in dat spul! Ik kende veel recepten, ik wist hoe de diverse poeders en suikers en smaakjes te mixen tot een overheerlijk produkt. In Nederland en in de omringende landen was men van huis uit verzot op custard als het toetje na de maaltijd.

Daar zat brood in!

Dus ging ik op zoek naar bedrijfsruimte."

 

DE EIGEN FABRIEK, EEN HISTORISCH GEBOUW

“Wat ik op mijn speurtocht in Eindhoven aan lege gebouwtjes tegenkwam, waren meestal oude grauwe sigarenfabriekjes, tot in alle poriën trokken van tabaksgeur, waarin ik met de beste wil van de wereld geen puddingen kon mixen.

Mijn zoekactie werd beloond  door de heer Emiel Keunen, de toenmalige directeur van de 'Molenlucifersfabriek' in de Lichtstad. Hij had een leegstaand gebouw in Heeze, waar zijn zoon een overhemdenfabriek had gerund”.

 

STROHULZEN EN HEIBESSEMS

"Vlak naast de overweg op de Leenderweg staat heel wit en knus het fabriekske.

De familie Caron uit Stratum liet in 1908 deze fabriek bouwen voor de fabricage van strohulzen. Deze werden gebruikt als bescherm-huls voor wijnflessen, maar ook onder de dakpannen geschoven als isolatiemateriaal. Achter het gebouw werd een grote loods neergezet voor de opslag van stro. De boeren reden na de oogst de hoogopgestouwde karren naar binnen om ze direct ter plekke weer te lossen.

Deze loods brandde vóór de Eerste Wereldoorlog af. In die periode werd het gebouw overgenomen  de heren Boon (de latere oprichter van de Eindhovense stadsbusdienst) en een zekere Staals. Deze heren werden fabrikanten van heibessems."

 

OVERHEMDEN EN MIJNGAS

"In de jaren twintig werd de familie Keunen eigenaar (ja, die Eindhovense luciferfabrikant die zijn arbeiders zo goed betaalde dat deze 'het hoge-hoeden-werkvolk' werden genoemd) van wie een zoon gedurende vier jaar daarin een overhemdenfabriek bestuurde: met de naam 'ldeaal'. Deze fabrikant beschikte in die tijd over een unicum in Heeze: de strijkbouten werden verwarmd  met mijngas. (Het elektrische strijkijzer was nog niet uitgevonden en aardgas nog niet ontdekt.)

Dit gebouw werd als eerste uit het dorp aangesloten op mijngas en dit was mogelijk omdat aan de rand van het terrein de grote gasleiding vanuit Geleen in Zuid Limburg naar Eindhoven lag. Op die grote lijn lag een druk van acht atmosfeer. De heer Keunen kreeg het voor elkaar, dat er een aftakking naar zijn fabriek werd gelegd waar  door middel van bepaalde apparatuur de acht atmosfeer omgezet werd in één atmosfeer, wat nodig was voor de verwarming van de zware strijkbouten, alsook voor het hele gebouw. Centrale verwarming! De strijksters zullen ook die atmosfeer wel hebben gewaardeerd!

(Tijdens de oorlog '40-'45 kreeg de firma Van Engelen en Evers, bandfabricage, het ook voor elkaar op het gasnet te worden aangesloten.)"

 

VOOR IEDERE FIJNPROEVER

"In de maand oktober van 1938 huurde ik het gebouw (later werd het mijn eigendom) met de bedoeling er een pudding- en bakkerijgrondstoffenfabriek te beginnen. Een van de eerste taken was de bedrijfsruimte te zuiveren, witten, schilderen etc., terwijl ik nog 'n naam moest verzinnen voor de nieuwe onderneming. Daarom kwam op mijn verzoek de drukker Smeets uit Weert bij me om van gedachten te wisselen over het ontwerp voor verpakkingsmateriaal, en wat er zo nog meer nodig was. Ik zat voor m'n bureau en vroeg de man: "Wilt u ook briefpapier voor me drukken, nota's enz.?" "Natuurlijk", antwoordde deze, "vertel maar wat er op moet komen, welke naam had u gedacht?" Op dat moment wist ik dat nog niet, maar, of het zo moest . . . , voor me lag een Frans woordenboek; ik sloeg het open, bij de letter V van Vlijmincx, waarna mijn oog viel op het woordje 'vif' (vief), is pittig. Ik dacht, ja, 'n mooie korte naam; en zo is de naam ontstaan. Hierna zorgde drukker Smeets ervoor dat de naam werd gedeponeerd. Maar wat bleek? Er bestond al een Franse firma met die naam, die ook poeders leverde voor de bakkerij. Bovendien zat in dat merk 'n konijntje, terwijl de Weerter drukker/ontwerper boven de naam VIF een gestileerd eekhoorntje had getekend. Een en ander leek te veel op elkaar, zodat de Fransman terecht protesteerde. Maar toen deze vernam dat pak- en briefpapier al gedrukt waren, deed hij een flinke scheut water bij de wijn. Hij ging er mee akkoord de naam te spellen als V.I.F. en vanaf dat moment betekenden deze letters: "Voor Iedere Fijnproever

 

HET  EERSTE  PERSONEEL

"Terwijl we nog in het schoonmaakstadium verkeerden, had het gerucht over onze nieuwe activiteiten in het kleine dorpje allang de ronde gedaan. Op zeker moment stonden twee boeren uit Sterksel op de stoep, die heel beleefd en met de pet in de hand vroegen: "Meneer, we hebben gehoord dat u hier een puddingfabriekske begint, kunt u mogelijk ook meisjes gebruiken?" Ik antwoordde: "Natuurlijk, als ik ga fabriceren en inpakken, zal ik wel meisjes nodig hebben."  "Ja, ziet u, we hebben ieder 'n dochter die net van school gekomen is en dus kan gaan werken; zouden ze ieder een rijksdaalder in de week kunnen verdienen?"

Ik dacht wel dat er dat in zat en stelde hun voor eens terug te komen met de meisjes en dan zou het wel rondkomen. Enige tijd later verscheen pa De Vries met dochter Annie en pa Te Boekhorst met zijn dochtertje Zus. Mijn eerste twee medewerksters waren kinderen van 12(!), klein maar trouw. Annie is zeker 14 jaar in dienst geweest en Zus te Boekhorst een jaar of zeven."

 

PUDDING ONS  NATIONALE  TOETJE

"Puddingfabricage berust voornamelijk op een uitgekiend mengprocedé en daar was ik ondanks m'n jeugdige leeftijd van 24 jaar al zeer bedreven in. Ondanks de toen al zeker tien concurrenten van naam, zoals Oetker, Koopmans, Atlanta, ASP, Durea, De Gruyter en Edah, startte ik met groot optimisme. Ik wilde iets aparts maken; niet ondergaan in de massa. Daarom gebruikte ik de beste en duurste grondstoffen, en bedacht nieuwe smaken en kleuren en namen. Mijn puddingen werden daar ook de duurste op de markt. Iedereen verklaarde me voor gek, maar kwaliteit stond bij mij voorop en daar heb ik nooit enige concessie in gedaan.

Bijvoorbeeld: het bekendste en beste merk cacao was Droste.

Deze was altijd enkele kwartjes per kilo duurder dan 'n ander, maar dat deerde me niet. Op elk pakje V.I.F.-pudding stond: “Bereid uit echte vanille”.  Dan wás dat ook echte vanille, extract getrokken uit vanillestokjes, afkomstig van de tropische klimplant vanilla planifolia, een orchideeënfamilie.

De ouderen weten het nog: de notenkrokantpudding was een specialiteit, een vondst, een hazelnootje gebrand op suiker!

En niet te vergeten de "Triple Dutch", onze puddingpoeder, met likeur van Bols en cacao van Droste en heel chic verpakt. Deze verpakking was ontworpen  de bekende graficus/ontwerper Sjoerd Bijlsma uit Eindhoven. Met dit ontwerp behaalde hij zelfs in Amerika een gouden medaille! Dit alles moest betaald worden!

 

 

Het doorsneepakje puddingpoeder van welk merk dan ook kostte 50 jaar geleden 2½ tot 5 cent; ik begon meteen met een prijs van 15 cent en dat in een tijd dat de huisvrouw  -om tien cent uit te sparen-  wel een blokje omliep.

Onze produkten lagen dan ook in de delicatessenwinkels.

 

 

NIEUWE  VARIANTEN

"Nieuwe ideeën ontstonden meestal 's nachts. Op de fabriek had ik een ruimte ingericht als keuken/laboratorium. Daar mengde ik de ingrediënten, kookte en bakte de produkten, net zo lang tot ik min of meer tevreden was, want het kon altijd beter. Daar hield ik me maanden mee bezig voordat het uiteindelijk op de markt kwam. Daar ik ook bakartikelen mengde, zoals korstmix en soesenmix, stond ik geregeld cakes en taarten te bakken. Het personeel wilde altijd gráág meeproeven! Daar scheepte ik m'n vrouw en kinderen niet mee op. 

 

OORLOGSTIJD

"Nauwelijks een jaar na de start van mijn nieuwe onderneming, brak de oorlog uit. Daar we vanzelfsprekend nog maar een lage omzet hadden en hier niet in aanmerking kwamen voor 'n bepaald quotum distributiebonnen, zag de toekomst er somber uit. Maar na  veel geschrijf en gepraat besliste 'Den Haag' uiteindelijk voor een toewijzing, waarmee we weer grondstoffen konden kopen. Dit was voor ons bedrijf de redding voor de komende oorlogsjaren. Daar Amerika geen mais meer kon invoeren, veranderde onze hoofd-grondstof maïzena in aardappelmeel en dat was altijd volop verkrijgbaar. Omdat we ook zelfrijzend bakmeel produceerden, kregen we hiervoor bij de bakkers weer broodbonnen. In die tijd was de omzet al 80 ton, ofwel 80.000 kilo meel en poeders!”

 

PUDDING  VOOR  HET  DUITSE  LEGER

"Op een gegeven moment kregen we van het Duitse leger de opdracht om een bepaalde hoeveelheid puddingpoeder te leveren. Ik zat ermee! Weigeren was uitgesloten en één belangrijk aspect moesten we voor ogen houden, namelijk dat werken in de levensmiddelenindustrie een vrijbrief was om vooral mannen in Nederland te houden, zodat deze niet gedwongen naar Duitsland werden gestuurd. We hadden geregeld een stuk of drie onderduikers aan de slag en op een kamertje boven huisde een gevluchte vertegenwoordiger uit Rotterdam met zijn zwangere vrouw. Ik moest meewerken en een list verzinnen. Nachten lag ik ervan wakker, met het volgende resultaat: ik leverde 'n produkt af dat vijfvoudig geconcentreerd was op smaak en kleur. Mierzoet! Niet te vréten en niet om áán te zien! Met angst wachtten we de gevolgen af. En ja hoor, ik werd op het matje geroepen op het hoofdkantoor van levensmiddelenleveranties in Oisterwijk! Mijn vrouw en ik fietsten (op houten banden) daarheen, ervan overtuigd dat ik het concentratiekamp in moest; met een koffertje schoon ondergoed én een fototoestel, want vrouwlief wilde per se nog 'n kiekje van me maken, voor het geval ze me nooit meer terug zou zien. Dramatisch namen we voor het gebouw afscheid van elkaar. (We waren pas getrouwd.) Binnen werd ik flink uitgekafferd. Ik hield me van den domme: er moest ergens een vergissing gemaakt zijn, enz. enz. Ik moest beloven het nooit meer te doen, waarna ik tot mijn grote opluchting even later buiten stond als vrij man. Bijna huilend vielen we elkaar weer in de armen!  De Duitsers hebben nooit meer iets besteld!"

 

45  VROUWEN  EN  3  MANNEN

"Nadat in 1945 het noorden was bevrijd, kwam de produktie weer snel op gang. Uit Zweden en Amerika kwam spoedig de goede bloem, en aardappelmeel was ook weer snel voorradig. Tijdens de oorlog zijn we geleidelijk aan al een beetje gaan moderniseren. We kochten van de firma Bobeldijk vier houten mengmolentjes, zodat we de poeders niet meer met de hand hoefden te mengen en 'n halfautomatische vulmachine. De gevulde pakjes werden dan nog gewogen en het gewicht bijgesteld. Zeer arbeidsintensief, waar zo'n 45 meisjes en vrouwen bij de produktie en verpakking betrokken waren, totdat we tien jaar geleden verrijkt werden met 'n volautomatische installatie."

 

 

TROUWE WERKNEMERS

In 1947 kwam de Heezenaar Piet Beks als 22-jarige jongeman de gelederen versterken. Piet vertelt: "Ik kwam voornamelijk voor de administratie, maar zoals dat gaat in 'n klein bedrijf, stak ik al snel de helpende hand toe waar dat nodig was. Haperde er een machine, dan kroop ik eronder om het ding aan de praat te krijgen, of stond aan de lopende band als er een paar handen te kort kwamen om te vullen en te wegen. Ik leerde de in- en verkoop van de produkten en kende zodoende alle inkopers van de grote bedrijven, die op hun beurt ook jarenlang op dezelfde post bleven. We waren als familieleden die goed met elkaar overweg konden. We vielen voor elkaar in en in drukke periodes werkten we een uurtje over.

De mensen bleven over het algemeen lang bij ons werken, 12½ en 15 jaar waren geen uitzonderingen.

De trouwste werknemer was wel Wim Verest. Hij kwam op zijn 26ste bij ons in dienst. Dat was in 1952, als  -volgens eigen zeggen-  manusje-van-alles, maar in werkelijkheid was hij de onmisbare schakel tussen kantoor, fabriek en magazijn en alle ruimten daartussen; de altijd aanwezige, die zorgde dat alles gladjes verliep."

(Zelfs hielp hij mee dit verhaal te verfraaien en wel met de volgende story.)

 

DE SCHOORSTEEN

"Het zal in 1953 zijn geweest", vertelt Wim, "dat de schoorsteen moest verdwijnen. De stoommachines stonden allang in het museum, het ding stond in de weg, was zelfs gevaarlijk bij stormweer. Wie hem hebben wilde kon hem krijgen. Ik wilde wel, want met een weekloon van 40 gulden kon ik wel iets extra's gebruiken. Ik zocht en vond een koper: boer Schenkels van het Strabrechtpleintje. Die wilde de stenen kopen om er 'n varkenskot van te bouwen. Het waren zogenaamde Maastrichtse stenen; 'n beetje rond, ze liepen spits toe en waren extra hard gebakken.

Maar ik moest de schoorsteen wel zelf slopen. Geen punt! Na de dagtaak kroop ik in de pijp, die onder wel 1,25 meter in snee was en klom via ijzertjes 18 å 20 meter naar boven, gewapend met hamer en beitel. Iedere avond bikte ik een paar meter stenen los en liet ze een voor een precies in het midden naar beneden vallen.

Het kostte me liters zweet en niet te meten energie. En weet u wat ik ervoor beurde? Zeven-en-een-halve-gulden!"

 

DE TWEEDE DIRECTEUR

De heer Beks vervolgt: "Vanaf 1967 werd ik mededirecteur tot aan 1979. Toen nam ik de zaak van Theo Vlijmincx over, maar bleef het gebouw huren.

Ondanks het feit dat er in de levensmiddelenindustrie de laatste decennia veel verschuivingen en veranderingen plaatsvonden, draaiden we als klein bedrijf behoorlijk. Per jaar hadden we een omzet van 1000 tot 2000 ton (!) puddingpoeder. Dat is nogal wat. Hiervan hadden we de laatste tien jaar vijf smaken: ongesuikerde pudding, twee smaken vruchten en amandeltjesgries, de beroemde feestpudding en twee bakartikelen; daarnaast een mengcapaciteit van honderden tonnen vruchtenpoeders, limonadepoeders en automatencacao, alles in opdracht.

Na de automatisering bleven er gemiddeld 15 meisjes en de drie mannen op de loonlijst. Midden 1989 viel de beslissing om definitief te stoppen. De reden: het gebouw was te oud om te moderniseren. Een enorme investering voor nieuwe apparatuur en nieuwe methoden was noodzakelijk. (We hadden nooit meegedaan aan instantpoeders, zoals het Monatoetje.) Ik werd 65 jaar en mijn zonen kozen een andere richting, dus waren er geen opvolgers.

Om al deze redenen werd de hele zaak verkocht aan de firma Boukje in Almelo, waarmee we al vanaf 1972 zaken deden. Een dochter van Boukje gaat met de oorspronkelijke naam,  V.I.F. Sales,  verder."

Een goede naam, inclusief het eekhoorntje, dat nog steeds hier in de bossen rond Heeze als 'n vertederend vief beestje langs de bomen roetst.

We hopen dat het én het produkt dat de hoofdrol speelde in deze successtory een voorspoedige toekomst te wachten staat.

 

                                1938          V.I.F.       1943

                                ------------------------------------

 

                                Vijf Jaren zijn gevloden, sinds

                                't Ontstaan van 't VIF-product               

                                En nog steeds, ondanks de tijden

                                Wordt de klant erdoor verrukt.

                               

                                Ondanks oorlog en de schaarste

                                Bleef de VIF zich tóch gelijk:

                                Kon op kwaliteit steeds bogen

                                En doorstaat ELK vergelijk,

 

                                Want er is pudding toch en PUDDING

                                Door den kenner gauw geproefd

                                En het is al lang gebleken,

                                Dat VIF alles overtroeft.

 

                                Daarom hulde aan den maker

                                Nu er VIJF jaar VIF bestaat

                                Het is fijn voor hem te weten,

                                Dat VIF al 't andere slaat.

 

                                Laat ons dus vandaag eens drinken

                                Heffen op de VIF het glas

                                En het slagwoord samen zingen,

                                 Zooals 't wezen zal en 't was :

 

                                VIF STEEDS INVORM . . . . . . .  D U S

                                IN  ELKE  VORM  V I F  ! ! ! ! ! !

 

Tekst van het V.I.F.-lied, gezongen ter gelegenheid van de viering van het vijfjarig bestaan van de fabriek.